Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2726

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/02/444293 / JE RK 26-125
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp na intrekking toestemming ouders en minderjarige

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen verzocht de kinderrechter om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige, voor de duur van drie maanden. De ouders van de minderjarige zijn belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft in een gesloten accommodatie.

Tijdens de procedure, die begon met een verzoekschrift ontvangen op 22 januari 2026, werd het verzoek op 17 februari 2026 besproken. Vervolgens werd de zaak aangehouden tot een zitting op 11 maart 2026. In de tussentijd heeft het college de kinderrechter geïnformeerd dat de ouders hun toestemming voor de machtiging hadden ingetrokken. Later trok ook het college zelf het verzoek in, omdat zowel de ouders als de minderjarige hun toestemming hadden ingetrokken.

Gezien de intrekking van het verzoek kon de kinderrechter het verzoek niet verder inhoudelijk onderzoeken en beoordelen. Daarom wees de kinderrechter het verzoek af. De beslissing werd op 9 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Borm, in aanwezigheid van de griffier Casant.

Uitkomst: Het verzoek om een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen vanwege intrekking van toestemming door ouders en minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444293 / JE RK 26-125
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN,
hierna te noemen het college,
zetelende te Vlissingen,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M.V. de Nooijer uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 januari 2026;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 20 januari 2026;
  • de aanvullende stukken van het college, ontvangen op 13 februari 2026;
  • de brief met bijlage van mr. De Nooijer van 13 februari 2026;
  • het proces-verbaal van de zitting van 17 februari 2026;
  • de e-mail van het college van 20 februari 2026 met daarbij als bijlage een e-mail van zowel de moeder als de vader;
  • de e-mail van het college van 4 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [accommodatie] .

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

4.De beoordeling

4.1.
Het verzoek is ter zitting op 17 februari 2026 besproken en vervolgens aangehouden tot de zitting van 11 maart 2026. Bij e-mail van 20 februari 2026 is de kinderrechter door het college geïnformeerd dat beide ouders hun toestemming voor de voorwaardelijke machtiging van [minderjarige] hebben ingetrokken.
4.2.
Bij e-mail van 4 maart 2026 heeft het college het onderhavige verzoek ingetrokken, omdat zowel de ouders als [minderjarige] hun toestemming voor de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp hebben ingetrokken.
4.3.
Nu het college het verzoek heeft ingetrokken, kan dat niet verder worden onderzocht en beoordeeld. Reden waarom de kinderrechter het verzoek van het college zal afwijzen.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.