Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1942, wegens een psychogeriatrische aandoening. De zitting vond plaats met betrokkene, zijn advocaat, casemanager en echtgenote. Betrokkene erkende vergeetachtigheid maar wilde niet worden opgenomen en meent zelfstandig te kunnen blijven wonen.
De casemanager en echtgenote rapporteerden agressief gedrag van betrokkene, vooral in de avonduren, met bedreigingen en fysieke agressie richting de echtgenote. Betrokkene is volledig afhankelijk van zijn echtgenote voor dagelijkse zorg, die overbelast is geraakt en zich onveilig voelt. Pogingen tot dagbesteding en begeleiding faalden door weigering van betrokkene.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan dementie (mengbeeld Alzheimer en vasculaire dementie) en dat zijn gedrag leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven mogelijk. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank verleende daarom de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, ondanks het verzet van betrokkene. De beschikking is mondeling gegeven op 9 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 23 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.