ECLI:NL:RBZWB:2026:2731
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Verbetering proceskostenbedrag in vonnis tussen Thuisvester en gedaagde
Op 27 februari 2026 verzocht GGN Brabant namens Stichting Thuisvester de kantonrechter om verbetering van het vonnis van 18 februari 2026. De reden was dat het in de beslissing opgenomen bedrag aan proceskosten afweek van het bedrag zoals uiteengezet in de proceskostenparagraaf.
De kantonrechter stelde de gedaagde in de gelegenheid om te reageren, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter te allen tijde een kennelijke rekenfout of schrijffout in het vonnis verbeteren.
De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een duidelijke vergissing die eenvoudig te herstellen was. Daarom werd het proceskostenbedrag in randnummer 6.2 van het vonnis aangepast van €797,14 naar €846,14. Deze verbetering wordt op de minuut van het oorspronkelijke vonnis vermeld met de datum 1 april 2026. Tevens werd verzocht de grosse van het oorspronkelijke vonnis na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie terug te sturen.
Uitkomst: Het proceskostenbedrag in het vonnis van 18 februari 2026 is gewijzigd van €797,14 naar €846,14 wegens een kennelijke rekenfout.