ECLI:NL:RBZWB:2026:2731

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering proceskostenbedrag in vonnis tussen Thuisvester en gedaagde

Op 27 februari 2026 verzocht GGN Brabant namens Stichting Thuisvester de kantonrechter om verbetering van het vonnis van 18 februari 2026. De reden was dat het in de beslissing opgenomen bedrag aan proceskosten afweek van het bedrag zoals uiteengezet in de proceskostenparagraaf.

De kantonrechter stelde de gedaagde in de gelegenheid om te reageren, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter te allen tijde een kennelijke rekenfout of schrijffout in het vonnis verbeteren.

De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een duidelijke vergissing die eenvoudig te herstellen was. Daarom werd het proceskostenbedrag in randnummer 6.2 van het vonnis aangepast van €797,14 naar €846,14. Deze verbetering wordt op de minuut van het oorspronkelijke vonnis vermeld met de datum 1 april 2026. Tevens werd verzocht de grosse van het oorspronkelijke vonnis na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie terug te sturen.

Uitkomst: Het proceskostenbedrag in het vonnis van 18 februari 2026 is gewijzigd van €797,14 naar €846,14 wegens een kennelijke rekenfout.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11873893 \ CV EXPL 25-2941
Verbetervonnis van 1 april 2026
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij,
hierna te noemen: Thuisvester,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 27 februari 2026 heeft GGN Brabant namens Thuisvester de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 18 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Daartoe is aangevoerd dat in de beslissing een ander bedrag aan proceskosten is opgenomen dan uiteengezet bij de proceskosten onder punt 5.10.
1.2.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 18 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat randnummer 6.2 van het op 18 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 797,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 846,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 18 februari 2026,
3.3.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 18 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.