De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1978, die onder curatele staat. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting vanwege spanning, maar bevestigde ter plaatse zijn afwezigheid en het onderwerp van de zitting.
Uit de medische stukken en verklaringen bleek dat betrokkene lijdt aan meerdere ernstige psychische stoornissen, waaronder verstandelijke beperkingen, autismespectrumstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en gedragsstoornissen. Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing, mede door het verzamelen en verbergen van gevaarlijke voorwerpen en agressie bij schoonmaak van zijn woning.
De verpleegkundige en de curator, tevens moeder, onderschreven de noodzaak van verplichte zorg, mede vanwege het wisselende gedrag van betrokkene en het feit dat vrijwillige zorg niet haalbaar is. De rechtbank oordeelde dat de gevraagde zorgmachtiging noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en bepaalde dat de verplichte zorg onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en onderzoek van kleding en woonruimte omvat.
De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden tot 10 maart 2027. De rechtbank vond geen minder bezwarende alternatieven en achtte de toegewezen maatregelen evenredig en effectief, met het oog op de veiligheid en het bevorderen van maatschappelijke participatie van betrokkene.