Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2763

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445244 / FA RK 26-903
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte zorg bij psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1978, die onder curatele staat. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting vanwege spanning, maar bevestigde ter plaatse zijn afwezigheid en het onderwerp van de zitting.

Uit de medische stukken en verklaringen bleek dat betrokkene lijdt aan meerdere ernstige psychische stoornissen, waaronder verstandelijke beperkingen, autismespectrumstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en gedragsstoornissen. Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing, mede door het verzamelen en verbergen van gevaarlijke voorwerpen en agressie bij schoonmaak van zijn woning.

De verpleegkundige en de curator, tevens moeder, onderschreven de noodzaak van verplichte zorg, mede vanwege het wisselende gedrag van betrokkene en het feit dat vrijwillige zorg niet haalbaar is. De rechtbank oordeelde dat de gevraagde zorgmachtiging noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en bepaalde dat de verplichte zorg onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en onderzoek van kleding en woonruimte omvat.

De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden tot 10 maart 2027. De rechtbank vond geen minder bezwarende alternatieven en achtte de toegewezen maatregelen evenredig en effectief, met het oog op de veiligheid en het bevorderen van maatschappelijke participatie van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met ernstige psychische stoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445244 / FA RK 26-903
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Bij aanvang van de zitting melden zowel de behandelaar en de advocaat, als de moeder van betrokkene ieder voor zich doch eensluidend dat betrokkene hen heeft aangegeven dat hij omdat de zitting hem teveel spanning oplevert niet bij de zitting aanwezig wilde zijn.
1.3.
Derhalve heeft de rechtbank het verzoek eerst zonder betrokkene met hen besproken. Daarna is de rechtbank met de behandelaar en de advocaat naar het appartement van betrokkene gegaan. Aldaar aangekomen heeft betrokkene in de deuropening van zijn appartement desgevraagd door de rechter allereerst bevestigd dat hij de zitting niet wilde bijwonen, maar gezegd dat hij weet dat het over een zorgmachtiging gaat en voorts laten blijken dat de rechtbank maar daarover moet beslissen.
1.4.
Op die manier zijn dus over het verzoek gehoord:
  • betrokkene en zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , curator en moeder;
  • mevrouw [persoon 2] , senior verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 1 mei 2026.
2.2.
Betrokkene is onder curatele gesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene heeft desgevraagd aangegeven dat hij weet dat er een zorgmachtiging wordt gevraagd. Betrokkene gaf voorts aan dat hij een dergelijke machtiging liever niet wil, maar ook dat hij er geen verstand van heeft. Desgevraagd heeft hij wel gezegd dat hij het erg leuk vindt om hier te wonen.
4.2.
De verpleegkundige heeft toegelicht dat betrokkene veel spullen verzamelt. Hij pakt ook spullen die niet van hem zijn. De spullen liggen in zijn kamer, maar stopt hij ook in zijn jas. De verpleegkundige zegt dat er drie keer per week een aantal zorgverleners bij betrokkene naar binnen gaat om hem te douchen en ondertussen zijn kamer op te ruimen. Dit levert veel spanning op voor betrokkene omdat anderen dan in zijn ‘domein’ komen. Soms gaat dit gepaard met agressie. De verpleegkundige vindt dat er een zorgmachtiging nodig is. Het is noodzakelijk dat betrokkene zijn medicatie gebruikt en dat dat wordt gecontroleerd; betrokkene spuugt de medicatie nog weleens uit. Daarnaast is het opruimen van de kamer van betrokkene en het zorgen voor de juiste zelfzorg noodzakelijk. Wanneer de spanning bij betrokkene erg oploopt, moet hij volgens de verpleegkundige weleens vastgehouden worden. Daarnaast maken ze afspraken waar betrokkene zich aan moet houden.
4.3.
De moeder en tevens curator van betrokkene staat achter de zorgmachtiging. Ze begrijpt dat de machtiging nodig is om bepaalde zorg in te kunnen zetten en daar is ze het mee eens. De moeder zegt dat ze de agressie bij haar zoon ook wel eens ziet. Hij is wisselend in zijn houding ten aanzien van de zorg en begeleiding. Wanneer goed wordt uitgelegd aan hem wat er gebeurt, gaat het vaak wel prima, maar soms is er meer spanning en agressie. De moeder zegt dat haar zoon het fijn heeft hier en dat ze niet verwacht dat hij uit zichzelf zou vertrekken.
4.4.
De advocaat zegt dat ze begrijpt dat er wordt gevraagd of de zorgmachtiging echt nodig is. De advocaat zegt enerzijds dat ze liever ziet dat er geen zorgmachtiging wordt verleend, maar anderzijds heeft betrokkene wel regels nodig. De advocaat zegt zich te kunnen vinden in wat er is gezegd tijdens de zitting. De advocaat vindt het belangrijkste dat de moeder van betrokkene achter de zorgmachtiging staat.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zichzelf en zijn leefomgeving ernstig verwaarloost. Betrokkene verzamelt in zijn woning allerlei voorwerpen en verbergt deze ook op zijn lichaam, waaronder gevaarlijke voorwerpen zoals messen, scharen en gevaarlijk afval. Het lukt hem niet om afstand te doen van zijn spullen.
Betrokkene wordt regelmatig fysiek agressief wanneer zijn woning wordt schoongemaakt. Dit levert hem stress op omdat hij bang is dat er, voor hem waardevolle spullen, worden weggegooid. Betrokkene moet dan in de holding worden gehouden, wat gevaarlijk is vanwege de scherpe voorwerpen die hij bij zich draagt.
Daarnaast is betrokkene bekend met zeer ernstige obsessieve compulsieve handelingen (OCD). Zijn hele dag is gevuld met deze handelingen en dit is door de jaren heen steeds verder uitgebreid.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene vindt dat hij geen hulp nodig heeft. Tijdens de mondelinge behandeling zegt hij dat hij liever geen zorgmachtiging wil. Daarnaast blijkt uit de stukken dat het niet altijd mogelijk is om afspraken te maken met betrokkene en dat hij wisselend in de samenwerking is. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder te verstaan dat betrokkene op door het behandelteam op geleide van het beeld te bepalen wijze en frequentie contact met het behandelteam moet blijven houden.
Deze vormen van verplichte zorg zullen dus worden toegewezen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder te verstaan dat betrokkene op door het behandelteam op geleide van het beeld te bepalen wijze en frequentie contact met het behandelteam moet blijven houden.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.