Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2764

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445189 / FA RK 26-874
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1948, die lijdt aan Alzheimer. De zitting vond plaats op 10 maart 2026, waarbij betrokkene, zijn echtgenote, dochters en casemanager dementie werden gehoord.

Betrokkene weigert hulp en zorg en wil thuis blijven wonen, terwijl zijn echtgenote en dochters ernstig overbelast zijn. De echtgenote heeft fysieke klachten door valincidenten en kan de zorg niet langer volhouden. De casemanager bevestigt dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene door zijn aandoening ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen. Daarom wordt de machtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot 10 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door Alzheimer en overbelasting van mantelzorgers.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445189 / FA RK 26-874
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • echtgenote van betrokkene;
  • dochters van betrokkene;
  • mevrouw [persoon] , casemanager dementie.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene zegt dat hij netjes aangekleed is en gedoucht heeft. Betrokkene zegt dat hij zal moeten ervaren of het ook prettig is om ergens anders te gaan wonen. Daar kan hij zo niet iets over zeggen. Hij moet er nog over nadenken.
3.2.
De casemanager zegt dat ze al een lange tijd betrokken bij de situatie van betrokkene. De laatste tijd neemt de dementie toe en heeft betrokkene op elk vlak hulp nodig. De casemanager zegt dat de echtgenote ernstig overbelast is en er fysieke klachten aan overhoudt. De echtgenote is vanwege vermoeidheid gevallen en heeft daardoor haar schouder gebroken. De casemanager zegt dat zowel de echtgenote als zijn dochters alles hebben gedaan wat in hun vermogen ligt, maar volgens de casemanager gaat het nu niet meer, het is op. Op dit moment is er geen, althans onvoldoende zorg en begeleiding mogelijk om de rust en veiligheid thuis langer te borgen. Er hebben zich de laatste tijd dus ook al meerdere onveilige situaties voorgedaan. Daarnaast gaat betrokkene steeds luider zingen wanneer de onrust bij hem toeneemt. Dit vergt veel van de echtgenote.
3.3.
De dochters bevestigen wat de casemanager naar voren heeft gebracht.
3.4.
De advocaat zegt dat hij betrokkene net heeft gesproken. Betrokkene wil hier blijven, dus pleit de advocaat formeel voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil hier samen met zijn vrouw oud worden. Betrokkene vindt de manier waarop het nu gaat goed; hij wil het graag zo houden. Overigens en onverminderd het vorenstaande geeft de advocaat nog aan het verzoek juridisch getoetst te hebben en dat het naar zijn oordeel voor toewijzing gereed ligt.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene dagen in zijn badjas beneden op de bank zit en niet meer in staat is tot voldoende zelfzorg. Bij overprikkeling begint betrokkene te neuriën c.q. te zingen, wat steeds luider wordt en tot agitatie leidt bij zijn echtgenote. Als hij dan tegen gewerkt wordt reageert hij verbaal agressief. Daarnaast komt betrokkene niet meer zelfstandig tot handelen en is hij volledig afhankelijk van zijn echtgenote. Zonder haar ondersteuning kan hij zich niet handhaven, omdat hij niet eet of drinkt zonder aansturing. De echtgenote heeft alle noodzakelijke zorg zelf geleverd en is hierdoor ernstig overbelast geraakt, met meerdere valincidenten en recent een schouderfractuur, waardoor zij de zorg niet langer kan volhouden. Ook de dochters van betrokkene zijn overbelast geraakt.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert structureel hulp en zorg. Wanneer met betrokkene wordt besproken dat het thuis niet langer houdbaar is en zijn echtgenote de zorg niet langer aan kan, werkt hij niet mee aan een oplossing in de vorm van opname of dagopvang. Betrokkene wil thuis blijven wonen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig. Daarnaast weigert betrokkene de noodzakelijk geachte (ambulante) thuiszorg.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.