Partijen zijn in 2013 in Suriname gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen, geboren in Suriname. De vrouw woont sinds juli 2022 met de kinderen in Nederland, de man verblijft nog in Suriname. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken, kinderalimentatie vast te stellen en een zorgregeling te treffen waarbij de kinderen om het jaar de zomervakantie bij de vader in Suriname doorbrengen.
De man voert geen verweer en heeft een referteverklaring ingediend. De rechtbank onderzoekt ambtshalve haar bevoegdheid en het toepasselijke recht, gelet op het internationale karakter van de zaak. De Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe. Het huwelijk wordt erkend op grond van de Surinaamse huwelijksakte met apostille, zonder dat er redenen zijn om de erkenning te weigeren.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en spreekt de echtscheiding uit. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over beide kinderen. De zorgregeling wordt vastgesteld conform het verzoek van de vrouw, waarbij de kinderen om het jaar de zomervakantie bij de vader doorbrengen. De man wordt verplicht €250 per kind per maand aan kinderalimentatie te betalen vanaf de datum van indiening van het verzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding die pas ingaat na inschrijving in de registers.