Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 februari 2026.
- het stelbericht van mr. Garib van 20 februari 2026;
- het stelbericht van mr. Joosen van 24 februari 2026;
- het bericht met bijlage van mr. Garib van 4 maart 2026;
- het bericht met bijlagen van mr. Joosen van 4 maart 2026
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- De bestaande hulpverlening aan de kinderen en ouders wordt gecontinueerd;
- De speltherapie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt voortgezet om verdere traumaverwerking mogelijk te maken;
- Het speciaal onderwijs wordt behouden vanwege de geboden structuur en veiligheid;
- Het individuele hulpverleningstrajecten van beiden ouders wordt voortgezet, met nadruk op traumaverwerking, emotieregulatie en acceptatie van de nieuwe ouderschapsvorm;
- De vader blijft begeleiding ontvangen vanuit [hulpverlening 2] en [hulpverlening 3] , gericht op agressieregulatie, emotieregulatie en het ontwikkelen van zijn rol als opvoeder;
- De moeder blijft begeleiding ontvangen vanuit [hulpverlening 4] , [hulpverlening 2] en [hulpverlening 5] , gericht op haar persoonlijke ontwikkeling en pedagogisch functioneren;
- De ouders krijgen psycho-educatie over LVB-problematiek en loyaliteit, om beter aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van hun kinderen;
- Er wordt een duidelijke, opbouwende en veilige omgangsregeling met vader gerealiseerd, onder begeleiding van professionals die bekend zijn bij de kinderen;
- De ouders ontvangen begeleiding richting (solo) parallel ouderschap, waarin zij leren naast elkaar te functioneren als opvoeders zonder direct onderling contact.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.