Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2769

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/438133 / JE RK 25-1384
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking verlenging ondertoezichtstelling minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die reeds sinds 20 september 2023 onder toezicht staat. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar moeder en stiefvader. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 20 maart 2026.

De GI verzocht om verlenging van de maatregel voor een jaar, maar de kinderrechter beoordeelt eerst het resterende deel van het verzoek, namelijk de periode van 20 maart 2026 tot 20 september 2026. Op verzoek van de moeder en met instemming van de GI wordt de mondelinge behandeling uitgesteld tot na de uitvaart van de grootmoeder van de minderjarige.

De kinderrechter constateert dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en besluit de maatregel ter overbrugging te verlengen van 20 maart 2026 tot 20 april 2026. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot de mondelinge behandeling die op een nader te bepalen datum zal plaatsvinden.

De beschikking is gegeven door kinderrechter Borm en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden na betekening of kennisname.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd van 20 maart 2026 tot 20 april 2026 en het resterende verzoek wordt aangehouden tot een mondelinge behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/438133 / JE RK 25-1384
Datum uitspraak: 10 maart 2026
(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende in [plaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van deze rechtbank van 17 september 2025 en alle daarin genoemde stukken;
  • een tweetal berichten van de GI, ontvangen op 19 februari 2026;
  • een bericht van mr. Van der Sande, ontvangen op 5 maart 2026;
  • een e-mailbericht van de GI, ontvangen op 5 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder en stiefvader.
2.3.
Bij beschikking van 20 september 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 20 september 2023 en tot 20 september 2024.
2.4.
Bij beschikking van deze rechtbank van 17 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd met ingang van 20 september 2025 en tot 20 maart 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De kinderrechter heeft reeds beslist op de verzoeken. Thans ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , te weten voor een periode met ingang van 20 maart 2026 en tot 20 september 2026.

4.De beoordeling

Inhoudelijke beoordeling
4.1.
De kinderrechter overweegt als volgt.
4.2.
De behandeling van het verzoek van de GI stond aanvankelijk gepland op de mondelinge behandeling van maandag 9 maart 2026. De advocaat van de moeder heeft echter via een bericht van 5 maart 2026 de kinderrechter verzocht om de ondertoezichtstelling voor een korte periode te verlengen zonder een mondelinge behandeling, gelet op de afloopdatum van de maatregel op 20 maart 2026. Hierdoor kan de mondelinge behandeling gepland worden na de uitvaart van de grootmoeder van [minderjarige] , te weten op 12 maart 2026. De GI heeft per bericht van 5 maart 2026 kenbaar gemaakt hiermee akkoord te gaan.
4.3.
Uit de e-mailberichten van de advocaat van moeder en van de GI leidt de kinderrechter af dat zowel de moeder als de GI akkoord gaan met een korte verlenging van de ondertoezichtstelling, zodat de mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek na de uitvaart van de grootmoeder van [minderjarige] kan plaatsvinden.
4.4.
Vooralsnog lijkt op grond van de overgelegde stukken te zijn voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , zoals bedoeld in artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) en artikel 1:255 eerste Pro lid BW. Gelet op het voorgaande, alsmede gelet op de aflooptermijn van de maatregel op 20 maart 2026 en de instemming van de belanghebbenden, zal de kinderrechter deze maatregel ter overbrugging verlengen voor de duur van een maand, te weten van 20 maart 2026 en tot 20 april 2026. Het resterende deel van het verzoek, te weten een periode met ingang van 20 april 2026 en tot 20 september 2026, zal worden aangehouden tot de mondelinge behandeling van [datum] 2026 om [uur].
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 maart 2026 en tot 20 april 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de beslissing over het resterende deel van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van
[datum] 2026 om [uur], welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan de Kousteensedijk 2, 4331 JE Middelburg, ten overstaan van Holierhoek voor de duur van 45 min;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en haar advocaat en de stiefvader;
5.5.
bepaalt dat [minderjarige] per aparte brief zal worden opgeroepen voor een gesprek met de kinderrechter;
5.6.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026, in aanwezigheid van Den Boer, griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.