Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2772

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445390 / JE RK 26-321
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Merbel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.4 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige voor zes maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 maart 2026 een beschikking gegeven in een rekestprocedure betreffende een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verblijft sinds oktober 2025 in een gesloten accommodatie op grond van eerdere machtigingen. De voogdes verzoekt verlenging van deze machtiging voor zes maanden met voorwaarden om de positieve ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de minderjarige, zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, een vertegenwoordiger van de Raad en de voogdes aanwezig. De vader was opgeroepen maar niet verschenen. De minderjarige en de moeder stemden in met het verzoek. De Raad adviseerde eveneens om de voorwaardelijke machtiging toe te kennen om toezicht en begeleiding te continueren.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten van de Jeugdwet is voldaan, waaronder de noodzaak van gesloten jeugdhulp vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. Het hulpverleningsplan voldoet aan de eisen en de gedragswetenschapper heeft de minderjarige onderzocht en instemming gegeven. De machtiging geldt van 20 maart 2026 tot 20 september 2026 met voorwaarden zoals geen middelengebruik, het accepteren van dagbesteding of werk en het toepassen van een signaleringsplan bij spanningen.

De kinderrechter benadrukt het belang van een zorgvuldige overgang naar de thuissituatie bij de moeder, waarbij toezicht en voorwaarden noodzakelijk zijn om terugval te voorkomen. De voorwaardelijke machtiging fungeert als stok achter de deur om tijdig in te grijpen bij schending van afspraken. De betrokken hulpverlening en voogdes worden opgedragen de situatie nauwgezet te monitoren en ondersteuning te bieden waar nodig.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden met voorwaarden ter bevordering van de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445390 / JE RK 26-321
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
hierna te noemen: de voogdes,
gevestigd in Eindhoven,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. F. Pool uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] , die voorafgaand aan de mondelinge behandeling ook apart is gehoord, met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat mr. Witteveen, kantoorgenoot van mr. Pool;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de voogdes.
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
Het verzoek is, gelijktijdig met het resterende deel van het verzoek van de GI tot gesloten plaatsing (C/02/43465 / JE RK 25-2311), behandeld tijdens de zitting van 10 maart 2026. In laatstgenoemde procedure is afzonderlijk beslist zoals opgenomen onder rechtsoverweging 2.4.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2022 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.
2.2.
Bij beschikking van deze rechtbank van 14 oktober 2025 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 oktober 2025 en tot 28 oktober 2025, zonder voorafgaand horen van de belanghebbende(n). Het resterende deel van de verzoeken is aangehouden.
2.3.
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 oktober 2025 is een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 oktober 2025 en tot 24 januari 2026.
2.4.
Bij beschikking van 20 januari 2026 is een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 januari 2026 en tot 20 maart 2026. Het resterende deel van het verzoek is bij beslissing van 10 maart 2026 afgewezen.
2.5.
[minderjarige] verblijft op grond van de laatstgenoemde machtiging bij [accommodatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De voogdes verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 18 februari 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen ingeval hij zich niet aan de voorwaarden houdt. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.

4.De standpunten

4.1.
De voogdes handhaaft tijdens de zitting het verzoek en licht verder toe dat [minderjarige] in de afgelopen periode een duidelijke positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt binnen [accommodatie] . [minderjarige] houdt zich aan de afspraken, er hebben zich geen incidenten meer voorgedaan en hij functioneert stabiel op de groep. De verloven bij de moeder, waaronder een recent verlof van vier dagen, zijn goed verlopen. Ook laat [minderjarige] volgens de voogdes en de gedragswetenschapper zien dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt en zelfs een voorbeeldrol vervult voor andere jongeren bij [accommodatie] . Tegelijkertijd vindt de voogdes het van belang dat de overgang naar de moeder zorgvuldig plaatsvindt. In de thuissituatie bij de moeder zal MDFT worden ingezet. De voogdes maakt zich met name zorgen over het ontbreken van een structurele dagbesteding. Volgens de voogdes is een passende dagbesteding noodzakelijk om te voorkomen dat [minderjarige] opnieuw in een risicovolle situatie terechtkomt. De voogdes zou daarom graag zien dat [minderjarige] bij [accommodatie] blijft totdat zijn dagbesteding is geregeld. In de week na de zitting zal er een intakegesprek plaatsvinden bij de [dagbesteding] . De voogdes hoopt dat [minderjarige] daar zal kunnen gaan starten.
4.2.
Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de zitting aangegeven dat [minderjarige] instemt met het verzoek. De advocaat benadrukt dat [minderjarige] zich de afgelopen maanden aantoonbaar positief heeft ontwikkeld en gemotiveerd is om zijn leven thuis bij zijn moeder verder op te bouwen. [minderjarige] wil graag een dagbesteding hebben, werken en zich voorbereiden op een opleiding die in september 2026 kan starten. Volgens [minderjarige] kan met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voldoende toezicht worden gehouden en zo nodig worden ingegrepen. [minderjarige] geeft tijdens de zitting aan dat hij instemt met de voorwaarden zoals deze staan omschreven in het plan van aanpak. Hij heeft deze voorwaarden ook ondertekend en heeft er alle vertrouwen in dat het goed met hem zal gaan in de aankomende periode. Ter zitting heeft [minderjarige] aangegeven dat hij er mee kan instemmen dat als voorwaarde zal gelden dat hij geen alcohol of drugs zal gebruiken. Ook kan hij er mee instemmen dat hij een aanbod tot [dagbesteding] of eventueel een andere aanbieder of een werkaanbod van een werkgever dient te accepteren ter overbrugging tot het moment dat hij met een opleiding kan beginnen.
4.3.
Door en namens de moeder wordt tijdens de zitting aangegeven dat zij instemt met het verzoek. Volgens de moeder heeft [minderjarige] zich goed ontwikkeld. Hij houdt zich aan de afspraken en de verloven thuis zijn goed verlopen. Ook [accommodatie] heeft aangegeven dat [minderjarige] stabiel functioneert. Dat de dagbesteding nog niet volledig is geregeld kan volgens de moeder geen reden zijn om de gesloten plaatsing te verlengen, zoals de voogdes zou willen. De moeder stelt dat zij inmiddels een stabielere woonomgeving heeft en dat zij haar zoon kan ondersteunen. Zij heeft er voldoende vertrouwen in dat [minderjarige] thuis verder kan werken aan zijn toekomst.
4.4.
De Raad adviseert tijdens de zitting om [minderjarige] na afloop van de huidige plaatsing in Almata, te weten 20 maart 2026, naar de moeder te laten terugkeren met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Daarmee kan de positieve ontwikkeling van [minderjarige] worden voortgezet terwijl er toezicht is en er voorwaarden zijn afgesproken waar [minderjarige] zich de komende zes maanden aan moet houden. De voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zal gelden als een stok achter de deur voor [minderjarige] .

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.
5.2.
Het verzoek van de voogdes behoeft op grond van artikel 6.1.4, vierde lid, Jeugdwet de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
5.2.
Voorts bepaalt artikel 6.1.4, vijfde lid, Jeugdwet dat de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging slechts verleent indien een hulpverleningsplan wordt overgelegd dat voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6.1.4, zesde lid, Jeugdwet te stellen eisen.
De beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten zoals hierboven vermeld. De kinderrechter wijst derhalve het – onweersproken - verzoek van de voogdes toe. Dit betekent dat de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] afgeeft voor de duur van zes maanden. De machtiging geldt van 20 maart 2026 (als zijnde de afloopdatum van de geldende machtiging gesloten jeugdhulp) en tot 20 september 2026 en daarbij gelden de voorwaarden zoals die door [minderjarige] zijn ondertekend, met onderstaande aanpassing, waarmee [minderjarige] zich ter zitting akkoord heeft verklaard.
5.3.
[minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het overgelegde hulpverleningsplan. Daarin worden de volgende voorwaarden gesteld:
1.
Wanneer jij merkt dat boosheid of spanning oploopt, pas je de afgesproken stappen uit je signaleringsplan/MDFT-plannen toe om verdere escalatie te voorkomen.
Dit betekent dat:
• jij geen fysieke agressie vertoont richting personen;
• jij de veiligheid van jezelf of anderen niet in gevaar brengt.
Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer jouw gedrag leidt tot ernstige fysieke agressie of acute veiligheidsrisico’s die niet binnen het ambulante kader kunnen worden begrensd of hersteld.
2.
Er ontstaan geen belemmeringen in je dagelijks leven door gebruik van middelen (drugs, alcohol).
Deze voorwaarde is tijdens de zitting gewijzigd in:
Je gebruikt geen middelen (geen drugs/alcohol). Het uitgangspunt is dat middelengebruik niet is toegestaan.
3.
Als aanvullende voorwaarde geldt dat [minderjarige] meewerkt aan passende [dagbesteding] of eventueel een andere aanbieder of een werkaanbod van een werkgever accepteert ter overbrugging tot het moment dat hij met een opleiding kan beginnen.
5.4.
De kinderrechter neemt deze beslissing nadat zij het dossier heeft gelezen, kennis heeft genomen van de (instemmende) verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper waaruit blijkt dat de gedragswetenschapper [minderjarige] heeft onderzocht en het ondertekende hulpverleningsplan, en met [minderjarige] , zijn advocaat en de voogdes heeft gesproken. Hieruit blijkt dat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid. In het verleden is gebleken dat het ontbreken van een structurele daginvulling en het voortijdig beëindigen van hulpverleningstrajecten bij [minderjarige] hebben geleid tot spanningen, schooluitval en risicovol gedrag. Ook zijn er eerder zorgen geweest over wegloopgedrag en weerstand tegen de hulpverlening. Hoewel [minderjarige] in de gesloten setting van [accommodatie] recent positieve stappen heeft gezet, bestaat er bij een volledige terugkeer naar de thuissituatie nog een reëel risico op terugval wanneer structuur, toezicht en begeleiding wegvallen. Daarnaast is zichtbaar dat de moeder in belastende situaties tijdelijk minder draagkracht kan hebben waardoor het risico bestaat dat het ingezette traject onder druk komt te staan. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de overgang van de gesloten plaatsing naar de thuissituatie bij de moeder onder duidelijke voorwaarden plaatsvindt. Een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp kan daarbij dienen als waarborg en als stok achter de deur om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de noodzakelijke hulpverlening onttrekt en om zijn ontwikkeling en veiligheid voldoende te beschermen.
5.6.
De kinderrechter vindt het van belang dat in de komende zes maanden wordt gewerkt aan het bestendigen van de positieve ontwikkeling van [minderjarige] en aan een duurzame terugkeer naar de thuissituatie. Van [minderjarige] wordt verwacht dat hij zich blijft inzetten voor onderwijs en/of een andere passende dagbesteding – waarschijnlijk bij [dagbesteding] - en dat hij actief meewerkt aan de ingezette hulpverlening waaronder het MDFT-traject en eventuele aanvullende begeleiding. Op die manier moet langdurig thuiszitten worden voorkomen. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige] zich de komende tijd aan de gemaakte afspraken zoals opgenomen in het hulpverleningsplan blijft houden, is naar het oordeel van de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging als stok achter de deur nodig. Van de betrokken hulpverlening en de voogdes wordt verwacht dat zij de terugplaatsing zorgvuldig begeleiden, de ontwikkeling van [minderjarige] en de draagkracht van de moeder blijven monitoren en tijdig ondersteuning bieden wanneer zich spanningen of risico’s voordoen.
5.7.
Met de voorwaardelijke machtiging kunnen de hulpverleners direct ingrijpen wanneer het niet goed gaat met [minderjarige] bijvoorbeeld omdat hij zich niet aan de afspraken houdt. Op het moment dat [minderjarige] een terugval kent waarbij hij zich niet houdt aan de afspraken kan op grond van de voorwaardelijke machtiging een time-out plaatsing binnen het gesloten kader, te weten bij [accommodatie] , worden ingezet. De kinderrechter hoopt dat het zover voor [minderjarige] niet hoeft te komen en dat [minderjarige] vanuit de thuissituatie bij de moeder een verdere positieve ontwikkeling gaat doormaken. Daarbij is het nu ook aan [minderjarige] om te laten zien dat hij zich kan (blijven) inzetten voor het noodzakelijk geachte traject en hij bereid is om aan zijn toekomst te werken.
5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 20 maart 2026 en tot 20 september 2026, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] zijn opgelegd zoals opgenomen onder rechtsoverweging 5.3.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 24 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.