Uitspraak
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven nadere beschikking van 12 februari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI van 5 maart 2026;
- de schriftelijke bevestiging van het mondelinge aanvullende verzoek van 12 februari 2026 van de GI, ontvangen op 13 maart 2026.
De feiten
3.Het resterende deel van het verzoek en de onderbouwing daarvan
drie maanden. Dit verzoek heeft de GI pas na de zitting van 10 maart 2026, op 13 maart 2026 schriftelijk bevestigd.
4.De standpunten
5.De nadere beoordeling
geen machtiging gesloten jeugdhulp meer verlenen. Is er geen open groep gevonden, dan ligt het voor de hand dat [minderjarige] ter overbrugging bij de moeder gaat wonen, ondersteund met ambulante hulpverlening. Dan zal een verzoek voor een voorwaardelijke machtiging moeten worden indien voor de volgende zitting, een verzoek dat aan de wettelijke vereisten voldoet. Er is dan dus ook een instemmingsverklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper nodig die de voorwaardelijke machtiging onderschrijft.
[minderjarige] is niet meer geschikt voor de gesloten jeugdhulp en de gesloten jeugdhulp is niet meer geschikt voor haar.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.