Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, hierna te noemen de GI.
1.Het verloop van de procedure
- de stelbrief van mr. Kouwenhoven van 6 februari 2026;
- het bericht van mr. Peters van 18 februari 2026;
- het bericht met bijlage van de Raad van 19 februari 2026;
- het bericht van de GI van 3 maart 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn geen getuigen meer van verbaal of fysiek geweld, agressie of spanningen tussen ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een stabiele, voorspelbare en veilige
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren emotionele veiligheid door emotioneel beschikbare, sensitieve en voorspelbare opvoeders;
- De moeder beschikt over voldoende draagkracht en ondersteuning om structureel aan te sluiten bij de behoeften van de kinderen;
- De vader neemt verantwoordelijkheid voor zijn gedrag en de impact daarvan op de kinderen en laat aantoonbaar de-escalerend gedrag zien;
- Er ontstaat duidelijkheid en rust rondom het vaderschap van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- Er ontstaat duidelijkheid en perspectief over het contact tussen de kinderen en vader, passend bij hun leeftijd en ontwikkelingsfase;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden in de komende periode gemonitord op signalen van mogelijke pre-verbaal trauma;
- De ouders leren hun onderlinge communicatie te voeren op ouderniveau, zonder dat conflicten tussen hen doorwerken in het ouderschap.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.