Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 14 november 2025 ter griffie van deze rechtbank;
- de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94a Sv, waaruit blijkt dat in de strafzaak tegen [belanghebbende] sieraden en een geldbedrag van in totaal € 77.490,00 in beslag zijn genomen;
- de reactie van de officier van justitie en
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
2.De beoordeling
- Goednr_380395
- Goednr_380392
- Goednr_380382
- Goednr_380385
- Goednr_380388
- Goednr_380377
- Goednr_380376
- Goednr_380371
- Goednr_380372
- Goednr_380368
- Goednr_380359
- Goednr_380354
- Goednr_380357
- Goednr_380358
- Goednr_380336
- Goednr_380331
3.De beslissing
- Goednr_380392;
- Goednr_380382;
- Goednr_380385;
- Goednr_380388;
- Goednr_380377;
- Goednr_380376;
- Goednr_380371;
- Goednr_380372;
- Goednr_380368;
- Goednr_380359;
- Goednr_380354;
- Goednr_380357;
- Goednr_380358;
- Goednr_380336;
- Goednr_380331;
* oorbellen (voorzover zij niet eerder terug zijn gegeven);
* twee horloges;
* een brede armband en de bijbehorende halsketting;
* een halsketting voor een man (een soort Cartier);
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).