ECLI:NL:RBZWB:2026:2792
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens slechte staat en onvoldoende correctie door heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €330.000. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de woning in een zeer slechte staat verkeert, met onder meer rotte kozijnen, lekkages en een kapot dak, wat onvoldoende was meegenomen in de waardebepaling.
De heffingsambtenaar had de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen werden gebruikt die niet volledig vergelijkbaar waren en waarvan de staat beter was dan die van de woning van belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met deze slechtere staat.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €282.000 niet volledig aannemelijk maken, maar de rechtbank stelde de waarde in goede justitie vast op €300.000. De aanslag onroerendezaakbelastingen werd dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €330.000 naar €300.000 en de aanslag onroerendezaakbelastingen wordt dienovereenkomstig aangepast.