Uitspraak
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €544.000 per 1 januari 2024. De rechtbank beoordeelde of deze waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode en de door belanghebbende aangevoerde lagere waardes van €507.000 en €522.000.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, die qua ligging, bouwjaar en afwerking vergelijkbaar waren. De waarde van €544.000 werd als aannemelijk en niet te hoog vastgesteld. Tevens oordeelde de rechtbank dat de iWOZ-kaarten niet als op de zaak betrekking hebbende stukken hoefden te worden verstrekt omdat deze niet waren gebruikt bij de waardebepaling.
Hoewel het beroep ongegrond werd verklaard, veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Dit vanwege de gebrekkige communicatie en het feit dat belanghebbende pas na de uitspraak op bezwaar werd gehoord, wat hem noopte een gemachtigde in te schakelen en beroep aan te tekenen.
De rechtbank bepaalde dat de heffingsambtenaar €53 aan griffierecht en €93,40 aan proceskosten moest vergoeden. Het vonnis werd gewezen door rechter T.I. van Term op 10 april 2026 in Breda. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar moet griffierecht en proceskosten vergoeden.