ECLI:NL:RBZWB:2026:2794
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde vaststelling recreatiewoning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, gelegen aan een adres in de gemeente Gilze en Rijen, met een waardepeildatum van 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €130.000, waartegen belanghebbende een lagere waarde van €104.000 stelde.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de heffingsambtenaar een taxatiematrix overlegde met drie referentieobjecten die vergelijkbaar waren qua type en oppervlakte en gelegen op hetzelfde recreatiepark. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de gehanteerde KOUDVL-factoren en de indexatie van verkoopprijzen naar de waardepeildatum.
Belanghebbende betwistte alleen het effect van directe ligging aan het water, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €130.000 wordt ongegrond verklaard.