ECLI:NL:RBZWB:2026:2795
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van tussenwoning in Gilze en Rijen
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning gebouwd in 2023 in Gilze en Rijen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2024 vast op €350.000, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De heffingsambtenaar verlaagde de waarde op bezwaar naar €319.000. Belanghebbende betwistte deze waarde, stellende dat de woonoppervlakte kleiner is dan door de heffingsambtenaar gehanteerd en dat de grondwaarde niet is meegenomen.
De rechtbank beoordeelde de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in dezelfde wijk werden gebruikt. De heffingsambtenaar toonde aan dat de waarde van het perceel van €61.679 ten onrechte buiten beschouwing was gelaten in de oorspronkelijke berekening, maar wel bij de referentiewoningen was meegenomen. Zelfs bij een lagere woonoppervlakte blijft de waarde niet te hoog vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van €319.000, zoals vastgesteld na bezwaar, niet te hoog is en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €319.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.