Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2798

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
25/5663
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit UWV wegens te late indiening

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 17 september 2025. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.

De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken na bekendmaking van het besluit. Het besluit is op 17 september 2025 bekendgemaakt, waardoor de termijn eindigde op 29 oktober 2025. Eiseres heeft het beroepschrift op 4 november 2025 ingediend, zowel digitaal als per post, wat te laat is.

Eiseres voerde aan dat zij het besluit pas op 25 september 2025 ontving, maar zelfs dan resteerde nog bijna vijf weken om tijdig beroep in te dienen. Zij gaf geen reden waarom zij in die periode geen beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het te laat indienen niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5663 ZW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. R. Joosen),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het UWV van 17 september 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden/gepubliceerd. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als op de enveloppe geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift tijdig op de post is gedaan als het de eerste of tweede werkdag na de beroepstermijn is ontvangen. De rechtbank wijkt alleen van dit laatste uitgangspunt af als op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het beroepschrift later dan de laatste dag van de termijn op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat het UWV het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 17 september 2025 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 29 oktober 2025.
4.1.
Eiseres heeft op 4 november 2025 zowel digitaal als met de post beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft als reden voor het te laat indienen van het beroep aangevoerd dat zij het bestreden besluit pas op 25 september 2025 heeft ontvangen. In het bestreden besluit staat echter duidelijk dat eiseres tot uiterlijk zes weken na de dagtekening van die brief (17 september 2025) een beroepschrift kan indienen. Bovendien, zelfs al zou zij het bestreden besluit pas op 25 september hebben ontvangen, dan resteerde er nog een termijn van bijna vijf weken om beroep in te dienen. Eiseres heeft geen reden gegeven waarom zij in die periode niet in de gelegenheid was een beroepsschrift in te dienen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 april 2026 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.