Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het door rood rijden op een verkeerslicht in Oosterhout op 13 november 2023. Hij stelde in beroep dat hij door oranje reed en niet door rood, onderbouwd met de constatering dat tegemoetkomend verkeer pas twee seconden na het rood opkomen, wat een botsing zou hebben veroorzaakt als hij door rood was gereden. Ook voerde hij aan dat hij de politie zag en daarom niet door rood zou zijn gereden.
De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het verkeerslicht al vijf seconden op rood stond toen betrokkene het kruispunt passeerde. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs en zag geen reden om aan die verklaring te twijfelen. De gedraging stond daarmee vast.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald aan betrokkene.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, wijzigde de beslissing van de officier van justitie door de boete te matigen tot €210 plus administratiekosten, en droeg terugbetaling van €15 aan betrokkene op.
Uitkomst: De boete voor door rood rijden is bevestigd maar met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.