De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw. Hij verzoekt het verzoek van de vrouw om een co-ouderschap vast te stellen af te wijzen. Ten aanzien van de kinderalimentatie verzoekt de man primair, indien het hoofdverblijf van de kinderen bij hem wordt bepaald, het verzoek van de vrouw af te wijzen en subsidiair indien het verzoek van de vrouw tot co-ouderschap wordt toegewezen het verzoek tot kinderalimentatie af te wijzen voor zover dit in strijd is met het zelfstandige verzoek van de man onder VI.
De man handhaaft zijn volgende zelfstandige verzoeken, bij beschikking, onder wijziging van het door partijen op 28 augustus 2019 ondertekende ouderschapsplan en vult zijn zelfstandige verzoeken aan:
I. Te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het hoofdverblijf bij de man zullen hebben;
II. Een basis zorg- en contactregeling te stellen waarbij de kinderen eenmaal per 14 dagen een weekend bij de vrouw verblijven, van vrijdagmiddag na school (de vrouw haalt de kinderen uit school) tot maandagochtend voor school (de vrouw brengt de kinderen naar school).
III. Een vakantieregeling vast te stellen zoals in de punten 12 en 13 van het verweerschrift van 9 februari 2026;
IV. Dat ten aanzien van het vervoer zal gelden dat de ouder waar de kinderen zijn, tenzij de wissel op school plaatsvindt de kinderen naar de andere ouder zal brengen, met de uitdrukkelijk vermelding dat dit alleen zal gelden wanneer beide ouders in [woonplaats] wonen. In geval een van e ouder buiten [woonplaats] gaat wonen/verblijven, si die ouder verantwoordelijk voor het halen en brengen. Als ook met de uitdrukkelijke vermelding dat de kinderen op de fiets worden gebracht.
V. Te bepalen dat de door de man te betalen kinderalimentatie op nihil wordt gesteld.
VI. Indien de rechtbank het hoofdverblijf van de kinderen niet bij de man bepaalt dan verzoekt de man subsidiair het hoofdverblijf bij de vrouw te houden.
VII. Indien de rechtbank het hoofdverblijf niet bij de man bepaalt en een co-ouderschap vast stelt: de door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen op € 184,- per kind per maand, waarbij voorts uitdrukkelijk wordt opgenomen dat de man gerechtigd is om eens per kwartaal € 150 per kind in mindering te brengen.
Hij stelt dat het co-ouderschap niet in het belang van de kinderen is. Qua vakanties komen de verzoeken van de vrouw grotendeels overeen met die van de man. De man geeft daarbij nog aan dat de ouder waar de kinderen verblijven de kinderen uit school haalt en de ouder waar de kinderen verblijven de kinderen naar school brengt.
Ten aanzien van de meivakantie merkt de man op dat wanneer er een co-ouderschap wordt vastgelegd de aanvullingen van de vrouw moet worden afgewezen, wat betekent dat de wisseling op de zaterdag om 10 uur moet blijven staan. Op die manier kan de man, zoals zijn gezin en de kinderen gewend zijn, een week op vakantie naar Spanje.
Ten aanzien van de kerstvakantie merkt de man op dat de eerste week loopt vanaf de laatste schooldag tot 30 december om 20.00 uur. De man vindt het praktischer als er gewisseld wordt op zaterdag middenin de vakantie om 10.00 uur, hetgeen partijen al jaren zo doen. Voor 2026 zou er op zondag om 10.00 uur gewisseld kunnen worden en voor 2027 op vrijdagochtend halverwege de vakantie oom 10.00 uur omdat dan de feestdagen in de weekenden vallen. Vanaf 2028 kan de wisseling weer op zaterdag om 10.00 uur. De man is van mening dat de kinderen in de even jaren de volledige kerst bij de vrouw zijn en met Oud en Nieuw bij de man en andersom.
Voor wat betreft de zomervakantie gaan de kinderen op donderdagmiddag om 14.00 uur voorafgaand aan de zomervakantie naar de ouder die de eerste drei weken met de kinderen zal doorbrengen. De wissel is in het middelste weekend op zaterdag om 10.00 uur. De andere ouder heeft dan de laatste drie weken van de zomervakantie tot aan de ochtend dat de kinderen weer naar school moeten.
De man verzoekt om Hemelvaart aan te laten sluiten bij het opvolgende weekend, de wisseling is dan op woensdag na school.