Uitspraak
Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, hierna te noemen de GI.
1.Het procesverloop
2.De nadere feiten
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar minimaal één keer per week, in beginsel onder begeleiding van een professionele derde, waarbij verdere uitbreiding op regie van de hulpverlening plaatsvindt met inachtneming van dat wat is overwogen in rechtsoverweging 4.5. en dat de vrouw de man één keer per twee weken schriftelijk informeert over [minderjarige 1] , onder gelijktijdige toezending van een aantal foto’s, een en ander met inachtneming van dat wat is overwogen in rechtsoverweging 4.23. Voorts heeft de rechtbank partijen en [minderjarige 1] voor een (jeugd)hulptraject verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant in het kader van het Uniform Hulp Aanbod (hierna: UHA).
3.Het verzoek
- een zorgregeling vast te stellen zoals bij punt 3 en 4 van het verzoekschrift of zodanig als dat de rechtbank juist acht;
- de vrouw te bevelen om twee wekelijkse informatie door te geven aan de man met betrekking tot de ontwikkeling en gezondheid van [minderjarige 1] .
- en zorgregeling voor [minderjarige 2] vast te stellen zoals dat ook met [minderjarige 1] wordt vastgesteld, uitgaande van twee dagen in de week en de helft van de vakanties of zodanig als dat de rechtbank juist acht;
- de vrouw te bevelen om twee wekelijks informatie door te geven aan de man met betrekking tot de ontwikkeling en gezondheid van zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] ;
- de vrouw in het kader van een voorwaardelijk verzoek op grond van 1:205 lid 1 b BW te bevelen om mee te werken aan een DNA-onderzoek van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ;
- de man gezamenlijk met de vrouw in het gezag over [minderjarige 2] te benoemen.
4.De standpunten
5.De beoordeling
- omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind,
- de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang,
- het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken,
- indien de omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
voorlopigeminimale regeling te bepalen wordt onwenselijke vertraging hopelijk voorkomen. Het is in het belang van [minderjarige 2] en uiteindelijk ook van [minderjarige 1] dat de man weer betrokken is in hun leven.
voorlopigeomgangsregeling bepalen waarbij de man en [minderjarige 2] minimaal één keer per week contact met elkaar hebben, in beginsel onder begeleiding van een professionele derde, waarbij verdere uitbreiding of noodzakelijke aanpassing onder regie van de GI kan plaatsvinden. Het is aan de GI om te bepalen of het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is om gezamenlijk of apart van elkaar omgang met de man te hebben. De omgang zal in ieder geval begeleid blijven totdat duidelijk is of de man de verwekker is van [minderjarige 2] .
na te melden pro forma datumschriftelijk te berichten over de actuele stand van zaken en het door hen gewenste verdere procesverloop, een en ander onder gelijktijdige toezending aan de andere partij, de GI en de Raad.
6.De beslissing
voorlopigrecht hebben op omgang met elkaar minimaal een keer per week, in beginsel onder begeleiding van een professionele derde, waarbij verdere uitbreiding van de omgang onder regie van de GI plaatsvindt met inachtneming van hetgeen daarover is overwogen in rechtsoverweging 5.2 en 5.3;
1 december 2026PRO FORMA, in afwachting van nader schriftelijk bericht van (de advocaten van) partijen zoals overwogen onder rechtsoverweging 5.8;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.