Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/428437 / FA RK 24-5168 (echtscheiding)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met overeenstemming en nevenvoorzieningen tussen partijen

Partijen zijn op 1993 in de gemeente Etten-Leur getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. Na een langdurige procedure met meerdere verzoekschriften en verweerschriften bereikten zij volledige overeenstemming over de gevolgen van hun echtscheiding. Deze afspraken zijn vastgelegd in een door beide partijen ondertekend echtscheidingsconvenant.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen niet is betwist. Op grond daarvan wijst de rechtbank het verzoek tot echtscheiding toe en bepaalt dat de regelingen uit het convenant deel uitmaken van de beschikking. De procedure werd schriftelijk afgedaan op verzoek van partijen.

De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, wat betekent dat ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking is op 10 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter De Jong, in aanwezigheid van griffier Hurkmans.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en verklaart het echtscheidingsconvenant bindend, waarbij iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/428437 / FA RK 24-5168 (echtscheiding)
C/02/438183 / FA RK 25-3875 (verdeling)
datum uitspraak 10 maart 2026
beschikking over echtscheiding met nevenvoorzieningen
in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A.A.T. van Ginderen,
en
[de man],
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. L.E. Swart.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 7 november 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de vrouw;
- het op 31 januari 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen van de man;
- het op 18 maart 2025 ontvangen aanvullend zelfstandig verzoek met bijlagen van de man;
- het op 22 april 2025 van de vrouw ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek met een verdelingsvoorstel en met bijlagen;
- de brief van mr. Swart van 16 juni 2025;
- het op 10 juli 2025 van de man ontvangen verweerschrift op het verdelingsvoorstel van de vrouw met bijlagen;
- de brief van mr. Van Ginderen van 2 februari 2026 met als bijlage een door beide partijen ondertekend echtscheidingsconvenant;
- de brief van mr. Swart van 2 februari 2026;
- de beschikking voorlopige voorzieningen van 14 augustus 2025.
1.2. In deze zaak stond de mondelinge behandeling gepland op 19 februari 2026. Op verzoek van partijen is deze mondelinge behandeling niet doorgegaan.

2.De feiten

2.1.
Zoals blijkt uit de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen vast dat zij op [datum] 1993 in de gemeente Etten-Leur met elkaar zijn getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. Partijen hebben allebei de Nederlandse nationaliteit.
2.2.
In de beschikking van 14 augustus 2025 heeft de rechtbank in het kader van een procedure tot het treffen van voorlopige voorzieningen bepaald dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in haar levensonderhoud met ingang van 1 juni 2025 voorlopig wordt vastgesteld op € 925,= per maand. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

3.De beoordeling

3.1.
Uit de ingekomen stukken volgt dat partijen volledige overeenstemming hebben
bereikt over de gevolgen van hun echtscheiding. De gemaakte afspraken zijn opgenomen in het door hen ondertekende echtscheidingsconvenant. Onder de gegeven omstandigheden heeft de vrouw haar verzoek tot echtscheiding gehandhaafd en voor het overige haar verzoeken ingetrokken of aangevuld. Zij verzoekt nu:
- echtscheiding;
- bepaling dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking.
De vrouw verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.
3.2.
De man heeft ook zijn verzoek tot echtscheiding gehandhaafd en voor het overige zijn verzoeken ingetrokken dan wel aangevuld. Hij verzoekt nu:
- echtscheiding;
- bepaling dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking.
Ook de man verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.
Echtscheiding
3.3.
Beide partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De vrouw stelt dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.4.
De rechtbank overweegt dat de gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk niet is betwist en daarmee in rechte vast staat. Gelet daarop wijst de rechtbank de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond en onweersproken toe.
3.5.
Beide partijen verzoeken te bepalen dat de regelingen zoals opgenomen in het door hen ondertekende echtscheidingsconvenant onderdeel uitmaken van de beschikking.
3.6.
Deze verzoeken wijst de rechtbank over en weer als onweersproken en op de wet gegrond toe.
Proceskosten
3.7.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dit houdt in dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1993 in de gemeente
Etten-Leur, met elkaar getrouwd;
4.2.
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Jong, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.