Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2819

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/431807 / FA RK 25-724
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hendriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder a sub i EU-verordening 2019/1111 (Brussel II-ter)Art. 10:56 lid 1 BWArt. 7 lid 1 EU-verordening 2019/1111 (Brussel II-ter)Art. 3 sub c Alimentatieverordening nr. 4/2009Protocol van 23 november 2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking echtscheiding met hoofdverblijf en kinderalimentatie bij verstek

De vrouw heeft op 10 februari 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend tegen de man. Partijen zijn gehuwd sinds 6 december 2023 en hebben een minderjarig kind geboren in 2024. De man is ondanks behoorlijke oproeping niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank constateert dat een ouderschapsplan ontbreekt, maar behandelt het verzoek toch inhoudelijk omdat er geen contact meer is tussen partijen sinds november 2024. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en spreekt de echtscheiding uit.

De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de vrouw vastgesteld, zonder tegenwerpingen van de man. Tevens wordt de man verplicht om vanaf de datum van de beschikking maandelijks €350 aan kinderalimentatie te betalen, vooruit te voldoen vóór de eerste van de maand. De beschikking is, behalve voor de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, bepaalt het hoofdverblijf van het kind bij de vrouw en legt de man een maandelijkse kinderalimentatie van €350 op.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/431807 / FA RK 25-724
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.X. Scholten uit Vlissingen,
tegen
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [plaats] aan [adres] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift tot echtscheiding van de vrouw, ontvangen op 10 februari 2025;
- het betekeningsexploot van 24 februari 2025;
- de brief van de vrouw van 8 april 2025.
1.2.
Op 25 augustus 2025 is de zaak behandeld op een zogeheten ‘regiezitting’ in verband met het ontbreken van een ouderschapsplan. Daarbij waren aanwezig de vrouw en haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tijdens deze zitting is ook gesproken over de vraag of de deurwaarder het echtscheidingsverzoek goed aan de man heeft betekend en heeft de vrouw een nieuwe termijn gekregen voor het laten betekenen van een herstelexploot.
1.3.
Na de regiezitting heeft de rechtbank nog de volgende stukken ontvangen:
- de brief van de vrouw van 26 augustus 2025;
- het betekeningsexploot van 28 augustus 2025;
- de brief van de vrouw van 9 december 2025.
1.4.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 6 december 2023 in [plaats] .
2.2.
De vrouw heeft de Surinaamse nationaliteit en de man heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.3.
Het minderjarige kind van partijen is
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar te bepalen;
- te bepalen dat de man aan de vrouw maandelijks een bijdrage dient te betalen van € 350,-- als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) van [minderjarige] .

4.De beoordeling

4.1.
Omdat partijen ieder een andere nationaliteit hebben, heeft de onderhavige zaak een internationaal karakter. De rechtbank moet daarom telkens eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om over de verzoeken van de vrouw te beslissen en zo ja, welk recht daarop van toepassing is.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd om over het verzoek tot echtscheiding te beslissen, omdat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Dit volgt uit artikel 3 onder Pro a sub i van de EU-verordening 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter).
4.3.
Op het echtscheidingsverzoek zal de rechtbank, op grond van artikel 10:56 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), Nederlands recht toepassen.
Het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
4.3.
De rechtbank stelt vast dat een ouderschapsplan ontbreekt. In de wet staat dat ouders pas een verzoek tot echtscheiding kunnen doen, als zij een ouderschapsplan hebben gemaakt waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun kinderen. In dat ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken zijn opgenomen over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en hoe zij de kosten zullen delen.
4.4.
Hoewel in dit geval een ouderschapsplan ontbreekt, zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding van de vrouw toch inhoudelijk behandelen. De rechtbank verwacht namelijk niet dat partijen zelf nog tot afspraken over [minderjarige] komen. Uit de brief van de vrouw van 8 april 2025 en uit haar toelichting ter zitting blijkt namelijk dat er sinds de vrouw in november 2024 met [minderjarige] uit de woning in [plaats] is vertrokken er tussen partijen geen enkel contact meer is. De vrouw heeft nog wel geprobeerd per mail en via Whatsapp contact met de man te onderhouden, maar hij reageert nergens op. Ook op het voorstel dat de advocaat van de vrouw aan de man heeft gedaan voor een ouderschapsplan is geen enkele reactie gekomen. De rechtbank verlangt daarom niet van de vrouw dat zij een ouderschapsplan overlegt.
Inhoudelijk
4.5.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man voert geen verweer.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.6.
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek over het hoofdverblijf (artikel 7, eerste lid, Verordening Brussel II-ter). De rechtbank zal Nederlands recht toepassen.
4.7.
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Uit het verzoekschrift en de regiezitting volgt niet dat het belang van [minderjarige] zich verzet tegen deze beslissing.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.8.
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij op grond van artikel 3 sub c van Pro de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een kinderbijdrage. De rechtbank zal Nederlands recht toepassen, omdat [minderjarige] haar verblijfplaats in Nederland heeft (artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007).
4.9.
De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 350,-- per maand aan kinderalimentatie aan haar betaalt. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.
4.10.
De rechtbank bepaalt dat de man de kinderalimentatie vanaf de datum van deze beschikking moet betalen.
4.11.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van het kind in die maand te kunnen betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.12.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de beslissing, behalve voor de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

5.De beslissing

De rechtbank:
1.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 6 december 2023 in [plaats] ;
1.2.
stelt vast dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] , haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
1.3.
bepaalt dat de man vanaf de datum van deze beschikking een bedrag van € 350,-- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;
1.4.
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr Hendriks, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr Knops-Pijper, griffier op 10 maart 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.