ECLI:NL:RBZWB:2026:2821

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/437241 FA RK 25-3408 (echtscheiding) en C/02/442386 FA RK 25-
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 sub a onder (i) Brussel II bis-verordeningArt. 10:31 BWArt. 10:56 BWArt. 4 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing echtscheiding en huurrecht echtelijke woning met internationale aspecten

Partijen zijn in 2023 in Turkije gehuwd en hebben respectievelijk de Turkse en Oezbeekse nationaliteit. De man verzoekt echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen aan hem, de vrouw verzoekt eveneens echtscheiding.

De rechtbank stelt vast dat zij internationaal bevoegd is omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Het huwelijk wordt erkend op grond van het Nederlandse recht, aangezien het rechtsgeldig in Turkije is gesloten. De echtscheiding wordt toegewezen omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

Met betrekking tot het huurrecht van de woning in Nederland wordt het verzoek van de man toegewezen, omdat partijen overeenstemming hebben bereikt dat hij huurder blijft. Overige verzoeken zijn ingetrokken en worden afgewezen. De beschikking is uitgesproken op 24 februari 2026 door rechter Meyboom.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en wijst het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de man.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/437241 FA RK 25-3408 (echtscheiding) en C/02/442386 FA RK 25-6113 (verdeling)
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. U. Ögüt,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. S. van Reeven-Özer.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 27 juni 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- het op 29 september 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het op 24 november 2025 ontvangen verweer op zelfstandig verzoek;
- de brief van 29 december 2025, door beiden advocaten ondertekend.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen staat het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2023 in [plaats] (Turkije) met elkaar gehuwd;
- de vrouw bezit de Oezbeekse nationaliteit en de man bezit de Turkse nationaliteit.

3.De verzoeken

3.1.
De man verzoekt nu:
- echtscheiding;
- bepaling dat hij de huurder van de echtelijke woning zijn.
3.2.
De vrouw verzoekt nu:
- echtscheiding.
4. De beoordeling
4.1.
Bij brief gedateerd 29 december 2025, door de rechtbank ontvangen op 9 februari 2026, is door partijen bericht dat zij overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van de echtscheiding en dat zij hun verzoeken wijzigen zoals hiervoor onder 3.1. en 3.2. is weergegeven. Partijen verzoeken de zaak schriftelijk af te doen.
4.2.
Omdat partijen wensen dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan, zal de rechtbank beslissen op de gewijzigde verzoeken op grond van de overgelegde stukken.
Echtscheiding
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
4.3.
Vanwege de plaats van huwelijkssluiting te Turkije, de Turkse nationaliteit van de man en de Oezbeekse nationaliteit van de vrouw heeft deze zaak internationaalprivaatrechtelijke aspecten.
4.4.
De Nederlandse rechter is internationaal bevoegd met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, aangezien ten tijde van de indiening van het verzoekschrift partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben (art. 3 sub a onder Pro (i) Brussel II
terVerordening).
4.5.
De rechtbank zal op het verzoek tot echtscheiding Nederlands recht toepassen ingevolge artikel 10:56, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Erkenning van het huwelijk
4.6.
In het kader van een echtscheiding waarbij het huwelijk van partijen in het buitenland is voltrokken, moet de rechtbank ambtshalve eerst de vraag beantwoorden of dit huwelijk op grond van artikel 10:31 BW Pro erkend wordt in Nederland. De beantwoording van deze vraag is van belang omdat een buitenlands huwelijk dat naar Nederlands recht niet wordt erkend, door de Nederlandse rechter niet kan worden ontbonden.
4.7.
Het uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk in Nederland wordt erkend, wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden (artikel 10:31 lid 1 BW Pro).
4.8.
Uit het afschrift van de huwelijksakte leidt de rechtbank af dat het huwelijk van partijen rechtsgeldig is gesloten in Turkije, zodat dit huwelijk op grond van artikel 10:31 lid 1 BW Pro ook in Nederland moet worden erkend.
Inhoudelijke beoordeling
4.9.
Tussen partijen staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.
Huurrecht
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
4.10.
De echtelijke woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a Rv komt de Nederlandse rechter daarom rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek met betrekking tot de woning. De rechtbank zal het Nederlands recht toepassen.
4.11.
Uit voormelde brief van 29 december 2025 blijkt dat partijen hebben afgesproken dat het huurrecht van de echtelijke woning zal worden voortgezet door de man. Het verzoek van de man daartoe komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal als niet weersproken worden toegewezen.
Overige verzoeken
4.12.
Uit voormelde brief van 29 december 2025 volgt dat partijen hun overige verzoeken intrekken. Deze verzoeken kunnen daarom niet meer worden onderzocht en zullen dan ook worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2023, in [plaats] (Turkije) met elkaar gehuwd;
5.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan [adres] , te [woonplaats] ;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.