ECLI:NL:RBZWB:2026:2834
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Benjaddi
- Rechtspraak.nl
Beschikking voorlopige voorzieningen bij zorg- en omgangsregeling minderjarigen
De vrouw verzocht de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen betreffende de zorg voor hun twee minderjarige kinderen, het exclusieve gebruik van de echtelijke woning en een onderhoudsbijdrage van €895 per maand per kind. Vanwege de Turkse nationaliteit van de vrouw beoordeelde de rechtbank ambtshalve de internationale bevoegdheid en toepasselijkheid van Nederlands recht, en concludeerde bevoegd te zijn.
Partijen bereikten vervolgens overeenstemming over de voorlopige voorzieningen. De vrouw zou de zorg over de kinderen krijgen, de man zou omgangsrecht krijgen conform een regeling met weekend- en woensdagbezoeken, en de man zou een onderhoudsbijdrage van €250 per kind per maand betalen met ingang van 1 februari 2026. De vrouw kreeg het exclusieve gebruik van de echtelijke woning en de inboedel.
De rechtbank vond de afspraken niet ongegrond en niet strijdig met het belang van de kinderen. De oorspronkelijke verzoeken van de vrouw werden ingetrokken en de rechtbank besloot schriftelijk overeenkomstig de gemaakte afspraken. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorzieningen toe conform de gemaakte afspraken tussen partijen.