Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2835

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/444254 FA RK 26-349
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:149 BWArt. 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorhaling onterechte echtscheidingsvermelding wegens overlijden echtgenoot

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van het openbaar ministerie tot doorhaling van een latere vermelding betreffende echtscheiding bij een huwelijksakte uit 2000. De latere vermelding vermeldde dat het huwelijk op 30 september 2025 was ontbonden door echtscheiding.

Uit de overgelegde overlijdensakte bleek echter dat de echtgenoot op 2 oktober 2025 was overleden, maar de rechtbank stelde vast dat dit overlijden feitelijk vóór de inschrijving van de echtscheiding plaatsvond. Op grond van artikel 1:149 BW Pro wordt het huwelijk door overlijden ontbonden, waardoor de echtscheidingsvermelding onterecht was toegevoegd.

De belanghebbenden, waaronder de ambtenaar van de burgerlijke stand en de echtgenote, hadden geen bezwaar tegen het verzoek. De rechtbank besloot daarom de doorhaling van de onterechte echtscheidingsvermelding te gelasten en gaf aan dat hoger beroep mogelijk is binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank gelast doorhaling van de onterechte echtscheidingsvermelding wegens overlijden van de echtgenoot vóór inschrijving van de echtscheiding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444254 FA RK 26-349
16 maart 2026
beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand
op het verzoek van
het openbaar ministerie,
arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 14 januari 2026 ontvangen verzoekschrift van het openbaar ministerie met bijlagen;
- de akte met [nummer 1] van het jaar 2000 van het register van huwelijken van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge;
- de op 5 februari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 2 te noemen belanghebbende;
- de op 6 maart 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 1 te noemen belanghebbende;
1.2. Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:
1. mevrouw [betrokkene] ;
2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank doorhaling van de bij voormelde akte behorende latere vermelding betreffende echtscheiding zal gelasten.

3.De beoordeling

3.1.
In voormelde huwelijksakte is opgenomen dat op [datum 1] 2000 te [plaats] zijn gehuwd de heer [persoon] en mevrouw [betrokkene] . In de bij voormelde akte behorende latere vermelding betreffende echtscheiding staat vermeld dat dit huwelijk op 30 september 2025 is ontbonden door inschrijving van de beschikking van de rechtbank Breda van 6 mei 2025 in het register van de burgerlijke stand.
3.2.
Op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, nu het verzoek ziet op doorhaling van een latere vermelding bij een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.
3.3.
Het openbaar ministerie verzoekt doorhaling van de bij voormelde huwelijksakte behorende latere vermelding betreffende echtscheiding. Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat deze latere vermelding ten onrechte aan de huwelijksakte is toegevoegd, nu de heer [persoon] vóór de inschrijving van de echtscheiding, te weten op [datum 2] 2025, is overleden.
3.4.
Uit voormelde instemmingsverklaringen blijkt dat de onder 1 en 2 genoemde belanghebbenden geen bezwaar hebben tegen toewijzing van het verzoek.
3.5.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde overlijdensakte met [nummer 2] van het jaar 2025 van het register van overlijden van de burgerlijke stand van de gemeente Breda, opgemaakt op 2 oktober 2025, volgt dat de heer [persoon] op [datum 2] 2025 is overleden. Uit de hiervoor genoemde huwelijksakte met latere vermelding betreffende echtscheiding volgt dat de echtscheidingsbeschikking eerst op 30 september 2025, derhalve na het overlijden van de heer [persoon] , in het register van de burgerlijke stand is ingeschreven. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat het huwelijk van de heer [persoon] en mevrouw [betrokkene] ingevolge artikel 1:149 van Pro het Burgerlijke Wetboek op [datum 2] 2025 is ontbonden door het overlijden van de heer de heer [persoon] . Dit brengt met zich dat de latere vermelding betreffende echtscheiding ten onrechte aan voornoemde huwelijksakte is toegevoegd. Het verzoek van het openbaar ministerie tot doorhaling van deze latere vermelding betreffende echtscheiding zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge om de latere vermelding betreffende echtscheiding, behorende bij akte met [nummer 1] van het jaar 2000 van het onder hem berustende register van huwelijken, door te halen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch