ECLI:NL:RBZWB:2026:2837
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Eiseres ontving een WW-uitkering over de periode van 1 februari 2018 tot en met 29 februari 2020. Het UWV stelde na onderzoek vast dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband met [B.V.], waardoor eiseres niet als werknemer in de zin van de WW werd beschouwd. Het UWV trok de uitkering in en vorderde het bedrag van €30.264,25 bruto terug.
Eiseres voerde aan dat het UWV onvoldoende bewijs had geleverd en dat er wel degelijk sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Zij stelde dat loon werd betaald, persoonlijke arbeid werd verricht en er een gezagsverhouding bestond. Ook stelde zij dat het terugvorderen disproportioneel was gezien haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat het dienstverband gefingeerd was, mede op basis van een onderzoeksrapport met diverse feiten en inconsistenties in de verklaringen van eiseres. Eiseres leverde onvoldoende objectief tegenbewijs. Het beroep werd ongegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag werd bevestigd. De rechtbank vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WW-uitkering ingetrokken en teruggevorderd wegens een gefingeerd dienstverband.