ECLI:NL:RBZWB:2026:285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake openbaarmaking informatie Wet open overheid niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te verkrijgen met betrekking tot de openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht besloten om geen zitting te houden.
De Awb verplicht tot betaling van griffierecht bij het indienen van een verzoek, zoals bepaald in artikel 8:82 in Pro samenhang met artikel 8:41 Awb Pro. Verzoekster is per aangetekende brief op 13 december 2025 gewezen op deze verplichting en kreeg een termijn van twee weken om het griffierecht te voldoen. Bij niet-betaling binnen deze termijn kan het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, waardoor het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt behandeld. Daarnaast is vermeld dat de staatssecretaris de feitelijke verstrekking van de gevraagde informatie heeft uitgesteld totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en maakt deze uitspraak openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht.