Uitspraak
1.De procedure
.
2.De feiten
3.Het geschil
- het geven van een opdracht aan de door de man gewenste makelaar om de woning te verkopen;
- het verrichten van alle activiteiten en handelingen door de makelaar en de man die voor de verkoop van de woning dienstig zijn, in welk kader ook door de vrouw dient te worden geduld dat de woning wordt getaxeerd, dat er foto’s worden gemaakt en dat er bezichtigingen plaatsvinden;
- het verkopen van de woning, welke voor een door de makelaar te bepalen marktconform bedrag te koop zal worden aangeboden en waarbij het advies van de makelaar zal worden opgevolgd ten aanzien van de vraag- en laatprijs;
- dat het leveren van de onroerende zaak zal geschieden met inachtneming van een termijn van minimaal twee weken na ondertekening van de koopovereenkomst;
- het sluiten van de koopovereenkomst met de kopende partij.
- het geven van een opdracht aan de door de man gewenste makelaar om de woning te verkopen;
- het verrichten van alle activiteiten en handelingen door de makelaar en de man die voor de verkoop van de woning dienstig zijn, in welk kader ook door de vrouw dient te worden geduld dat de woning wordt getaxeerd en dat er bezichtigingen plaatsvinden;
- het verkopen van de woning, welke voor een door de makelaar te bepalen marktconform bedrag te koop zal worden aangeboden;
- dat het leveren van de onroerende zaak zal geschieden met inachtneming van een termijn van minimaal twee weken na ondertekening van de koopovereenkomst;
- het sluiten van de koopovereenkomst met de kopende partij;
4.De beoordeling
een vertrouwensbreuk tussen cliënte en mijzelf” en dat zij om die reden niet bij de zitting aanwezig zal zijn. Bij volgend bericht heeft de voormalig advocaat van de vrouw bericht dat haar cliënte heeft verzocht de voorzieningenrechter te berichten de eerder toegezonden conclusie van antwoord buiten beschouwing te laten en als niet verzonden te beschouwen. Tijdens de mondelinge behandeling is de vrouw niet verschenen. Wel is verschenen de dochter van de vrouw, mevrouw [de dochter] (hierna: de dochter). De voorzieningenrechter heeft met de man en diens advocaat, in aanwezigheid van de dochter, de mogelijkheid besproken om de dochter (als informant) te horen, zulks ook met het oog op het beproeven van een minnelijke schikking. De (advocaat van de) man heeft hiertegen uitdrukkelijk bezwaar gemaakt. Gelet hierop en op hetgeen de voorzieningenrechter hierna zal overwegen, is de dochter verzocht de zittingszaal te verlaten en is de zitting voortgezet buiten de aanwezigheid van de dochter. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter dat ingevolge artikel 255 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een gedaagde in zaken als de onderhavige behalve bij advocaat ook in persoon kan procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is. Als overwogen is de vrouw niet ter zitting verschenen, terwijl zij zich evenmin door een advocaat heeft doen vertegenwoordigen. De vrouw kan zich, zo volgt uit voornoemd artikel, dan niet laten vertegenwoordigen door haar dochter, die geen advocaat is, ook niet met een deugdelijke volmacht. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat, nog daargelaten de onttrekking door de advocaat, de vrouw niet reeds als verschenen kan worden aangemerkt doordat een advocaat namens haar eerder heeft medegedeeld zich te stellen voor de vrouw.