ECLI:NL:RBZWB:2026:287

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
02-191203-25, 02-172093-25 (gev. ttz) en 02-191021-25 (gev. ttz)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor seksuele benadering van minderjarigen en bedreiging

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die drie meisjes van 13 jaar oud seksueel heeft benaderd. De verdachte heeft grove seksuele teksten, dickpics en filmpjes waarin hij zichzelf aftrekt, naar de meisjes gestuurd. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 60 uren. De zitting vond plaats op 8 januari 2026, waar de officier van justitie en de verdediging hun standpunten hebben gepresenteerd. De rechtbank achtte de verdachte strafbaar en legde bijzondere voorwaarden op, waaronder meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met een van de slachtoffers. De rechtbank heeft ook een schadevergoeding van € 500,- toegewezen aan een benadeelde partij, die immateriële schade heeft geleden door de daden van de verdachte. De rechtbank heeft de ernst van de feiten en de kwetsbaarheid van de slachtoffers meegewogen in haar beslissing. De verdachte heeft eerder met justitie in aanraking gekomen en er zijn indicaties voor recidive, wat de rechtbank heeft doen besluiten tot het opleggen van een voorwaardelijke straf.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-191203-25, 02-172093-25 (gev. ttz) en 02-191021-25 (gev. ttz)
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 januari 2026
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2006
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]
raadsman mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 08 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. I. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
02-172093-25in de periode van 21 november 2024 tot en met 23 november 2024 een kind jonger dan zestien jaar seksueel heeft benaderd
02-191021-25Feit 1in de periode van 15 september 2024 tot en met 2 oktober 2024 een kind jonger dan zestien jaar seksueel heeft benaderd
Feit 2[slachtoffer 3] op 4 oktober 2024 heeft bedreigd
02-191203-25op 1 oktober 2024 een kind jonger dan zestien jaar seksueel heeft benaderd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle feiten heeft begaan.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring van alle feiten aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-172093-25in de periode van 21 november 2024 tot en met 23 november 2024 te [plaats 1]
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 1]
( [geboortedag 2] 2011),
indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
die [slachtoffer 1] via TikTok (ongevraagd/onverhoeds)
(privé)berichten te sturen met de volgende inhoud: "Kom na school
naar mij dan ga k je lkkr neuken, tegen niemand zeggen hé" en "Yo ben fk geil
mag k je morgen niet in je lekkere kutje neuken";
02-191021-25Feit 1in de periode van 15 september 2024 tot en met 2 oktober 2024 te [plaats 2] ,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 2]
[slachtoffer 2] ( [geboortedag 3] 2010),
- indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die
schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren door
die [slachtoffer 2] via Messenger (ongevraagd/onverhoeds) (privé)berichten te sturen met de volgende inhoud: "Ik wil je vanachter
pakken. Ik wil je zo hard neuken. Ik wil dat je me pijpt",
en
- getuige heeft doen zijn van een handeling van seksuele
aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door die [slachtoffer 2]
(ongevraagd/onverhoeds) een afbeelding van een (stijve) penis
(zogenaamde dickpic) te sturen en een filmpje te sturen waarin een
jongen zichzelf aftrekt;
Feit 2op 4 oktober 2024, te
[plaats 2] , [slachtoffer 3] (indirect) heeft bedreigd met zware mishandeling door
die [slachtoffer 3] in een bericht aan een derde persoon de woorden toe te voegen: "Dn ga ik nr die kk moeder schiet k drdoor dr kk knie;
02-191203-25op 1 oktober 2024 te [plaats 3] ,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 4]
( [geboortedag 4] 2011),
getuige heeft doen zijn van een handeling van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
die [slachtoffer 4] (ongevraagd/onverhoeds) een filmpje te sturen waarin een jongen zichzelf aftrekt en/of zijn penis vasthoudt;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis. Daarnaast verzoekt de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 4 maanden met een proeftijd van twee jaar. Aan deze voorwaardelijke straf dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals geadviseerd door de reclassering.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de strafeis van de officier van justitie.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft drie meisjes van toen 13 jaar oud seksueel benaderd door aan hen grove seksuele teksten, dickpics en/ of filmpjes waarin hij zichzelf aftrekt te sturen.
Dit soort feiten brengt minderjarigen, die nog aan het begin van hun seksuele ontwikkeling staan, schade toe. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens, zijn eigen behoeften vooropgesteld heeft en daarbij voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Zeker nu sprake was van kwetsbare kinderen en een groot verschil in leeftijd tussen de slachtoffers en verdachte.
Daarnaast heeft verdachte de moeder van één van deze meisjes indirect bedreigd door een bericht te versturen aan een ander meisje en ook daarmee een grens overschreden.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is gekomen. Verder komt uit de documentatie van verdachte naar voren dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van 2 december 2025 dat over verdachte is opgemaakt. Hieruit komt naar voren dat sprake is van
middelenproblematiek en problemen in de emotieregulatie. Eerdere behandeltrajecten en een traject bij de jeugdreclassering van de William Schrikker Stichting zijn voortijdig negatief beëindigd vanwege het (agressieve) gedrag van verdachte. In het verleden is bij verdachte autisme en zwakbegaafdheid vastgesteld. De kans op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. Voorts wordt door de reclassering geadviseerd het commune strafrecht toe te passen. Er zijn enige indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Zo is namelijk sprake van autisme en zwakbegaafdheid en ontbreekt het betrokkene aan een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Daar tegenover staan echter ook contra-indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Onlangs is een toezicht bij de jeugdreclassering van de William Schrikker geretourneerd. Ondanks interventies die zijn uitgezet heeft dit niet geleid tot het voorkomen van recidive. Bij een veroordeling wordt door de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan middelencontrole.
De rechtbank is met de reclassering van oordeel dat het commune strafrecht dient te worden toegepast. Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. Zij legt daarom aan verdachte op een taakstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis. Daarnaast zal zij aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan middelencontrole en een contactverbod met [slachtoffer 2] worden gekoppeld.
Met dit voorwaardelijk strafdeel wordt tevens beoogt verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen.

7.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.000,- voor feit 1.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 500,- terzake immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Daarbij heeft de rechtbank de bijzondere omstandigheden van het geval meegewogen, in die zin dat sprake was een 13-jarig kwetsbaar meisje en dat voorafgaand aan het feit sprake is geweest van het een ‘stop’ gesprek met verdachte door de politie. Voorts houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte de moeder van de benadeelde partij (indirect) heeft bedreigd.
Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu (de omvang van) de schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 2 oktober 2024. De rechtbank zal daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 251 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-172093-25:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
02-191021-25:
feit 1:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
feit 2:
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
02-191203-25:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel
benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd
van zestien jaren;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen 3 werkdagen meldt na het ingaan van de proeftijd bij reclassering Novadic-Kentron op het adres Korte Raamstraat 3, 4818 CJ Breda. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;
* dat verdachte zich laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Behandeling dient gericht te zijn op zeden en emotieregulatie. Tevens werkt hij mee aan diagnostiek. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
* dat verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
* dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2010, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
- van rechtswege gelden daarbij de voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering, te weten Novadic-Kentron, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 60 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
30 dagen;
Benadeelde partij
T.a.v. feit 1
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[slachtoffer 2]van € 500,-, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 2] , € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 5 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, en mr. S. Tempel en R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 22 januari 2025.
K. van Rijs is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
02-172093-25hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2024 tot
en met 23 november 2024 te [plaats 1] , althans in Nederland, een kind beneden de
leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden
de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedag 2] 2011),
indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die
schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
die [slachtoffer 1] via TikTok/social media (ongevraagd/onverhoeds)
een of meer (privé)berichten te sturen met de volgende inhoud: "Kom na school
naar mij dan ga k je lkkr neuken, tegen niemand zeggen hé" en/of "Yo ben fk geil
mag k je morgen niet in je lekkere kutje neuken", althans woorden van gelijke
aard en/of strekking;
( art 251 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
02-191021-25
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2024 tot
en met 2 oktober 2024 te [plaats 2] , althans in
Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die
zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 2]
[slachtoffer 2] ( [geboortedag 3] 2010),
- indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die
schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren door
die [slachtoffer 2] via Messenger/social media (ongevraagd/onverhoeds) een of
meer (privé)berichten te sturen met de volgende inhoud: "Ik wil je vanachter
pakken. Ik wil je zo hard neuken. Ik wil dat je me pijpt",
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of
- getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele
aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te
achten was voor kinderen
beneden de leeftijd van zestien jaren, door die [slachtoffer 2]
(ongevraagd/onverhoeds) een of meer foto's/afbeeldingen van een (stijve) penis
(zogenaamde dickpic) te sturen en/of een of meer filmpjes te sturen waarin een
jongen zichzelf aftrekt en/of/althans zijn penis vasthoudt;
( art 251 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 4 oktober 2024, althans in de maand oktober 2024, te
[plaats 2] , althans in Nederland, [slachtoffer 3] (indirect) heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door die
[slachtoffer 3] in een of meer berichten aan een derde persoon de woorden toe te
voegen: "Dn ga ik nr die kk moeder schiet k drdoor dr kk knie:, in elk geval woorden
van gelijke bedreigende aard en/of strekking;
02-191203-25hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te [plaats 3] , althans
in Nederland,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed
als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 4] ( [geboortedag 4]
[geboortedag 4] 2011), getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave
van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die
schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
die [slachtoffer 4] (ongevraagd/onverhoeds) een of meer
filmpjes/afbeeldingen te sturen waarin een jongen zichzelf aftrekt en/of/althans
zijn penis vasthoudt;
( art 251 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht )