De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen vanwege ernstige zorgen over hun opvoedingssituatie en ontwikkeling. De kinderen vertonen gedragsproblemen, ontwikkelingsproblematiek en incontinentieproblemen. Ondanks betrokkenheid van meerdere hulpverlenende instanties is de situatie onvoldoende verbeterd door gebrekkige samenwerking en communicatie.
De ouders erkennen de zorgen en zijn bereid tot medewerking, maar ervaren onmacht door de uiteenlopende visies en onvoldoende afstemming tussen instanties. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, omdat de kinderen in hun ontwikkeling ernstig worden bedreigd en de noodzakelijke zorg niet voldoende wordt geaccepteerd of geboden.
De beschikking stelt de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, die als regievoerder zal optreden om de hulpverlening te coördineren en de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De beslissing is direct uitvoerbaar en kan worden aangevochten bij het gerechtshof.