De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2015 en 2017, die bij hun vader verblijven. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de kinderen niet zijn afgenomen en dat er sprake is van kind-eigen problematiek, onrust tussen de ouders en onduidelijkheid over het contactherstel met de moeder.
De gecertificeerde instelling heeft een plan opgesteld met een deeltijdbehandeling voor het oudste kind, een contacthersteltraject voor het jongste kind, en begeleiding voor de ouders via ouderschapsbemiddeling en een kindbehartiger. De moeder heeft bezwaren geuit over de communicatie en samenwerking met de instelling en verzoekt om een kortere verlenging en nadere verduidelijking van het plan.
De vader steunt het verzoek en benadrukt het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat het plan van de instelling voldoende concreet is. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 20 maart 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tevens wordt het belang van een herstelgesprek tussen de moeder en de instelling benadrukt.