Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2887

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/443046 / FA RK 25-6449
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kinderrechter neemt geen beslissing over medicatieverzoek minderjarige na huisartsbesluit

Op 13 december 2025 ontving de rechtbank een brief van een minderjarige die verzocht om het medicijn Risperidon te mogen blijven gebruiken omdat het hem helpt. De kinderrechter nodigde de minderjarige uit voor een gesprek op 13 januari 2026, waarin hij bevestigde dat de medicatie hem rust en concentratie gaf, maar dat zijn vader het gebruik niet goedkeurde.

De gecertificeerde instelling (GI) vroeg aanvankelijk aan de kinderrechter om gedeeltelijk gezag te krijgen over medische beslissingen, maar trok dit verzoek op 4 februari 2026 in nadat de huisarts besloot de medicatie voor te schrijven totdat een kinderpsychiater de situatie zou beoordelen.

De kinderrechter constateerde dat de huisarts naar de wens van de minderjarige had geluisterd en dat de medicatie al werd verstrekt, waardoor een rechterlijke beslissing niet langer nodig was. De kinderrechter schreef een brief aan de minderjarige om dit uit te leggen en wenste hem succes met zijn verdere ontwikkeling in het gezinshuis en op school.

De beschikking werd op 13 maart 2026 uitgesproken door kinderrechter Van Triest, met griffier mr. Busselaar aanwezig. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.

Uitkomst: De kinderrechter neemt geen beslissing over het medicatieverzoek omdat de huisarts toestemming heeft gegeven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer C/02/443046 / FA RK 25-6449
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter naar aanleiding van een vraag van een minderjarige
in de zaak van

de [minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. T. Möller uit Tilburg.
De kinderrechter als informant aan:
de gecertificeerde instelling
WILIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI.

Wat is er tot nu toe gebeurd?

Op 13 december 2025 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [minderjarige]. [minderjarige] vraagt of de rechter ervoor kan zorgen dat hij het medicijn Risperidon Aurobindo 0,5 mg kan blijven gebruiken omdat hij vindt dat het goed werkt bij hem.
[minderjarige] is naar aanleiding van zijn brief uitgenodigd om met de rechter te praten. Dit gesprek was op 13 januari 2026. [minderjarige] heeft toen weer aan de kinderrechter gevraagd of zij ervoor kan zorgen dat hij Risperidon mag slikken. Het gaat beter met hem als hij Risperidon slikt, in het gezinshuis en ook op school. Hij vindt het jammer dat zijn vader niet wil dat hij het slikt. Hij heeft de medicatie al in het geheim geslikt en toen zijn vader daar achter kwam was hij boos. Verder kan hij goed met zijn vader opschieten.
De GI heeft ook een verzoek ingediend. De GI heeft aan de kinderrechter gevraagd om het gezag over [minderjarige] gedeeltelijk aan de GI toe te kennen, namelijk voor zover het gaat om het geven van toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige]. De GI heeft dit verzoek (geregistreerd onder kenmerk C/02/443035 / JE RK 25-2241) op 4 februari 2026 weer ingetrokken met een brief. In de brief van GI staat het volgende: De huisarts van [minderjarige], dokter Eltink, vindt dat [minderjarige] zelf mee kan beslissen over het slikken van Risperidon. De huisarts schrijft daarom Risperidon aan [minderjarige] voor totdat een kinderpsychiater hem heeft onderzocht en met hem heeft gepraat. Daarom vindt de GI dat een beslissing van de kinderrechter niet meer nodig is en trekt de GI het verzoek in.

Hoe is de situatie van [minderjarige] ?

De ouders van [minderjarige] hebben samen het gezag over hem.
[minderjarige] is onder toezicht gesteld van de GI. [minderjarige] verblijft met een machtiging van de kinderrechter in een gezinshuis.
De moeder van [minderjarige] vindt het een goed idee dat [minderjarige] Risperidon slikt. Zijn vader is het er niet mee eens.

Wat vindt de kinderrechter van de vraag van [minderjarige]?

[minderjarige] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven met een vraag. Dat kan. De rechter kan, als zij dat wil, een beslissing nemen over de vraag van een kind, nadat ze met het kind, zijn ouders en – bij [minderjarige] – ook met meneer [persoon] van de GI heeft gepraat.
[minderjarige] heeft zelf verteld dat de Risperidon hem helpt. Hij heeft meer rust in zijn hoofd en kan zich beter concentreren. De school, de GI en het gezinshuis vinden dit ook. De kinderrechter vindt het fijn voor hem dat de huisarts naar zijn wens heeft geluisterd en dat zij hem serieus heeft genomen. Omdat [minderjarige] de Risperidon op dit moment al voorgeschreven krijgt van de huisarts, hoeft de kinderrechter geen beslissing meer te nemen over de vraag van [minderjarige]. Dat is niet meer nodig.
Brief aan [minderjarige]
De kinderrechter vindt het wel belangrijk om [minderjarige] een brief hierover te schrijven waarin zij uitlegt waarom zij geen beslissing meer neemt over zijn vraag. De ouders kunnen hieronder lezen wat de kinderrechter aan hem schrijft.
Beste [minderjarige],
Op 13 januari 2026 hebben wij met elkaar gesproken over jouw vraag aan mij. Tijdens dat gesprek heb jij mij verteld dat jij het medicijn Risperidon al gebruikt. Je vertelde dat dit medicijn je helpt. Het maakt je rustiger in je hoofd en je kunt je beter concentreren. Je hebt ook verteld dat jouw vader geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van Risperidon. Dat vind je niet fijn. Verder heb je goed contact met je vader.
Ik heb begrepen dat je nu elke dag Risperidon slikt en dat de huisarts daarvoor een recept heeft gegeven. De huisarts heeft dus geluisterd naar jou en jouw wensen. Dat is fijn voor je. De huisarts zal nog wel overleggen met een kinderpsychiater. De kinderpsychiater zal beoordelen of Risperidon voor jou de juiste medicatie is. Omdat jouw probleem rondom de Risperidon nu is opgelost hoef ik geen beslissing meer te nemen over jouw vraag. Dus met deze brief is het klaar.
Ik wens je veel succes voor de komende tijd en hoop dat het goed met je blijft gaan op school en in het gezinshuis en dat je fijn contact houdt met je beide ouders.
Met vriendelijke groeten,
de griffier, namens mevrouw van Triest, kinderrechter.

De beslissing van de rechter

neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van [minderjarige].
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in aanwezigheid van mr. Busselaar als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.