De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1992. Betrokkene was het niet eens met de duur van twaalf maanden en stelde zes maanden voldoende te vinden. De raadsvrouw ondersteunde dit standpunt, terwijl de behandelaar en sociaal psychiatrisch verpleegkundige de noodzaak van twaalf maanden benadrukten.
Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, depressieve stemmingsstoornissen, en een aan middelen gerelateerde waanstoornis. De diagnose schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen is onduidelijk, maar de symptomen veroorzaken ernstig nadeel zoals levensgevaar, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en verstoorde ontwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zonder verplichte zorg waarschijnlijk stopt met medicatie, wat leidt tot decompensatie en ernstige gevolgen. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. De termijn van twaalf maanden is passend vanwege de precairheid van de positieve ontwikkeling en de noodzaak om betrokkene voldoende tijd te geven om stabiliteit te behouden.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door rechter Borm, met een geldigheidsduur tot 13 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.