Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2893

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445332 / FA RK 26-966
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens psychotische stoornis en lachgasgebruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 maart 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, geboren in 2002, vanwege een psychotische stoornis met betrekkings- en paranoïde wanen en een middelengerelateerde stoornis door lachgas- en cannabisgebruik.

Betrokkene vertoont ernstige lichamelijke en psychische schade, waaronder neuropsychologische achteruitgang door vitamine B12-tekort veroorzaakt door lachgasgebruik, wat leidt tot neurologische klachten en functionele beperkingen. Er is sprake van ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De zorgmachtiging is noodzakelijk omdat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en vrijwillige zorg afwijst, met risico op stoppen van medicatie en hulpverlening. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, onderzoek op middelengebruik, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie.

De rechtbank acht opnamevoorzieningen en controle op middelengebruik noodzakelijk vanwege het luxerende effect van middelen op het psychotisch beeld. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op stabilisatie en veiligheid.

De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen inclusief opname en controle op middelengebruik.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445332 / FA RK 26-966
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater in opleiding;
  • mevrouw [persoon 2] , casemanager ambulant team;
  • de moeder van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 25 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat zij niet weet wat er nog bereikt gaat worden met een zorgmachtiging en of dit dus nog nodig is. Als een zorgmachtiging echter nodig wordt geacht, dan is dat maar zo. Betrokkene wil de betrokken hulpverlening nog niet loslaten. Wel wil zij graag verder met haar leven. Betrokkene geeft verder aan dat zij lachgas gebruikt, als zij daar zin in heeft. Het is echter niet zo dat betrokkene verslaafd is.
4.2.
De psychiater in opleiding zegt dat het eind vorig jaar beter ging met betrokkene, waarna de medicatie is stopgezet. Daarna ging betrokkene echter terug achteruit in het contact met de hulpverlening en haar lichamelijke toestand. Zo ontstond er urine-incontinentie. Ook was betrokkene anders in contact met de hulpverlening en werden er signalen gezien van een psychotisch beeld, waaronder vertraagd en gedesorganiseerd antwoorden en betrekkingswanen. Vervolgens is er opnieuw gestart met de medicatie en het geven van vitamine B12 supplementen. Ook worden de bloedwaarden gecontroleerd bij betrokkene en is betrokkene aan het revalideren om te voorkomen dat de functionaliteit van de benen van betrokkene verder achteruit gaat. De laatste weken is betrokkene wel goed in de samenwerking met de hulpverlening, maar nog steeds worden er psychotische klachten gezien. Op dit moment wordt dat veroorzaakt door het middelengebruik van betrokkene. Doordat er geen periode is geweest dat betrokkene voor lange tijd geen middelen heeft gebruikt, is het nog onduidelijk of er nog steeds sprake is van een psychotisch beeld zonder middelengebruik. Het is van belang dat de zorgmachtiging wordt verleend, om ervoor te zorgen dat betrokkene in contact blijft met de hulpverlening, zodat de toestand van betrokkene niet verder achteruit gaat door haar lachgasgebruik. De psychiater in opleiding zegt dat een opname binnenkort niet aan de orde is, maar dat dit mogelijk wel nodig zal zijn. Daarbij zijn ook de zorgvormen die zien op het controleren van middelengebruik noodzakelijk. Betrokkene is naast lachgasgebruik ook bekend met cannabisgebruik. Verder is de zorgvorm ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten’ noodzakelijk, zodat betrokkene contact moet onderhouden met het ambulante team en om het gebruik van lachgas door betrokkene te voorkomen. Daarnaast is het beperken van communicatiemiddelen tijdens een opname noodzakelijk, om te voorkomen dat betrokkene lachgas bestelt.
4.3.
De casemanager van het ambulant team zegt dat een zorgmachtiging nog nodig is. Betrokkene heeft eerder aangegeven dat zij zonder een zorgmachtiging geen contact meer zou onderhouden met de hulpverlening en dat zij blijvend zou stoppen met de medicatie. De casemanager is dan ook bang dat dit zal gebeuren zonder een zorgmachtiging en dat betrokkene vervolgens nog meer lachgas zal gebruiken, met mogelijk het verlies van haar benen tot gevolg. Met momenten is betrokkene wel goed in de samenwerking met de hulpverlening. De casemanager zegt dat betrokkene het vaak niet eens is met de zorg over de reden waarom het niet goed gaat met haar. Recent is betrokkene incontinent geweest. Verder zegt de casemanager dat een opname nu niet aan de orde is, maar wel aan de orde kan zijn als de klachten van betrokkene toenemen. Zij is in het afgelopen jaar opgenomen geweest gedurende drie maanden. De opname heeft betrokkene destijds goed gedaan en zij heeft er geen last van gehad dat de mogelijkheid tot opname was opgenomen in de zorgmachtiging. Daarnaast gunt de casemanager het betrokkene niet om pas opgenomen te kunnen worden als er sprake is van een crisissituatie. Tijdens een opname zijn de zorgvormen nodig die zien op het controleren van middelengebruik. Er is geen periode geweest waarin betrokkene geen medicatie en geen middelen gebruikte, waardoor enkel vaststaat dat het middelengebruik van betrokkene luxerend is voor een psychose.
4.4.
De moeder van betrokkene geeft aan dat het gebruik van lachgas van invloed is op de psychische klachten van betrokkene. De moeder maakt zich zorgen om betrokkene en is van mening dat een zorgmachtiging behulpzaam is.
4.5.
De advocaat voert aan dat betrokkene geen vooruitgang ziet met de zorgmachtiging. Betrokkene geeft echter aan dat een zorgmachtiging kan worden verleend, als dat nodig wordt geacht. Zij is verder wel bereid om haar medewerking te verlenen. De advocaat verzoekt de verplichte zorgvormen die zien op een opname af te wijzen, omdat betrokkene in de afgelopen maanden niet opgenomen is geweest, zelfs niet toen zij gestopt was met de medicatie. Ook is een opname op dit moment nog niet aan de orde en zal de mogelijkheid tot opname binnen de zorgmachtiging enkel drukkend voelen voor betrokkene. Indien een opname toch nodig is, kan er een wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht. De advocaat verzoekt enkel de verplichte zorgvormen ‘het toedienen van medicatie’, ‘het verrichten van medische controles’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten’ in de zorgmachtiging op te nemen en de overige verplichte zorgvormen af te wijzen, aangezien deze overige zorgvormen samenhangen met een opname.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis met betrekkingswanen en paranoïde wanen en een middelengerelateerde dan wel verslavingsstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
5.4.
Bij betrokkene is sprake van een neuropsychologische achteruitgang, ten gevolge van een vitamine B12 tekort door het lachgasgebruik van betrokkene. Vanwege het lachgasgebruik van betrokkene wordt er ernstige schade toegebracht aan het zenuwstelsel, met ernstige neurologische en psychische gevolgen. Betrokkene raakt steeds slechter ter been door een toename van neurologische klachten in haar benen/armen. Daarnaast is betrokkene niet in staat om leeftijdsadequate stappen te zetten in haar leven, met het risico dat betrokkene zich terugtrekt uit het sociale leven, zij uitvalt op school en zij geïsoleerd raakt.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht. Ook doet zij ambivalente uitspraken over het gebruik van lachgas. Daarnaast heeft betrokkene eerder aangegeven dat zij zonder een zorgmachtiging geen contact meer zal onderhouden met de hulpverlening en dat zij blijvend zal stoppen met de medicatie. De kans bestaat dat betrokkene de samenwerking met de hulpverlening stopt en haar medicatie staakt indien zij decompenseert. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante team, het voorkomen van lachgasgebruik door betrokkene en het voorkomen van telefoongebruik tijdens een opname door betrokkene om lachgas te bestellen.
5.7.2.
De rechtbank acht het noodzakelijk om de verplichte zorgvormen die zien op een opname toe te wijzen, omdat betrokkene onder de huidige zorgmachtiging nog gedurende drie maanden opgenomen is geweest en het toestandsbeeld van betrokkene op dit moment nog niet stabiel is. De rechtbank acht het daarom voldoende voorzienbaar dat deze zorgvormen de komende tijd noodzakelijk zijn en verplicht moeten worden opgelegd om het ernstig nadeel te voorkomen. Ook acht de rechtbank het in het geval van een opname noodzakelijk dat er onderzoek naar en controle op middelengebruik kan worden uitgevoerd bij betrokkene, omdat het middelengebruik van betrokkene luxerend is voor het psychotisch toestandsbeeld.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 maart 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.