Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2895

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/444619 / FA RK 26-555
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg gedurende twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1995. Betrokkene betwistte de diagnose en stelde dat hij ziekte-inzicht heeft en vrijwillig meewerkt aan behandeling. De verpleegkundige bevestigde dat betrokkene momenteel stabiel is dankzij medicatie, maar dat zonder verplichte zorg de kans op decompensatie en agressie groot is.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen die ernstig nadeel veroorzaken, zoals levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Tijdens decompensatie vertoont betrokkene ernstig verstoord gedrag, waaronder religieuze wanen en agressie. Er is geen passende vrijwillige zorg mogelijk vanwege gebrek aan ziektebesef.

De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor de duur van twaalf maanden, waarbij verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid worden opgelegd. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt tot 13 maart 2027. Het verzoek tot aanvullende vormen van verplichte zorg werd afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en medische controles om ernstig nadeel te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444619 / FA RK 26-555
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Nadere beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
  • de medische verklaring van 8 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, telefonisch bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , verpleegkundige van het FACT.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. Momenteel ligt dit gehele verzoek nog voor.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat zijn diagnose niet klopt. Ook klopt het niet dat hij geen ziektebesef en ziekte-inzicht heeft. Betrokkene heeft al een zorgmachtiging sinds 2019 en hij zou willen dat dit een keer ophoudt. Hij werkt mee aan zijn behandeling en verzet zich niet tegen de depotmedicatie. Er moet voor een zorgmachtiging dreigend ernstig nadeel zijn en dat is er niet. Als het verzoek niet wordt toegewezen, zou betrokkene zijn medicatie willen afbouwen. Hij zou nog wel tijdelijk contact willen blijven houden met het FACT en wil voorlopig binnen Begeleid Wonen blijven wonen zolang hij niet bij zijn moeder kan verblijven. Betrokkene heeft veel meegemaakt in de afgelopen jaren; zijn tanden zijn bijvoorbeeld verplicht getrokken. Dit wilde hij niet, want het is een ernstige inbreuk op zijn menswaardigheid.
3.2.
De advocaat stelt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Betrokkene werkt vrijwillig mee aan zijn behandeling en kan voor zichzelf zorgen. Over het gebit van betrokkene wordt gesteld dat het er inderdaad uit is gehaald, omdat een slecht onderhouden gebit verband zou kunnen houden met het psychiatrisch ziektebeeld.
3.3.
De verpleegkundige stelt dat het ten opzichte van een tijd geleden goed gaat met betrokkene en goed is in contact. Waarschijnlijk komt dit omdat betrokkene momenteel goed is ingesteld op de medicatie. Wel stelt betrokkene dat als de medicatie niet verplicht is, hij het liever niet wil nemen. De medicatie is echter noodzakelijk, omdat hij anders decompenseert en er bij decompensatie sprake is van agressie en slechte zelfzorg. Betrokkene zit nu goed in de begeleid wonen woning, maar hij wil het liefst bij zijn moeder wonen. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg, zijn de zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ niet nodig, omdat niet voorzienbaar is dat betrokkene in de komende periode een opname nodig zal hebben.

4.De nadere beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Gebleken is dat er bij betrokkene tijdens decompensatie sprake was van religieuze wanen, imperatieve hallucinaties, zelfbeschadiging, katatonie, weigeren van eten en drinken, weigeren te praten, dreigend en agressief gedrag naar derden, agressie naar zichzelf en van grensoverschrijdend gedrag. Hij is dan oninvoelbaar, onvoorspelbaar en onberekenbaar.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Hij wil het liefst geen medicatie en wil bij zijn moeder wonen. Zonder medicatie hervalt betrokkene echter in acute psychoses. De enige manier om de inname van medicatie te borgen is middels verplichte zorg.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.8.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de verpleegkundige tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 maart 2027;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.