Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2898

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445035 / KG ZA 26-76
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opschorting contactregeling kinderen wegens veiligheidsonderzoek en veiligheidsafspraken

Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen, zijn in geschil over de uitvoering van de zorgregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van juni 2023. De moeder vordert nakoming van de week-op-week-af regeling, terwijl de vader verweer voert en in reconventie opschorting van de zorgregeling en ontzegging van contact vordert vanwege zorgen over de veiligheid van de kinderen.

De vader heeft de kinderen sinds de zomer van 2025 grotendeels bij zich gehouden, mede vanwege zorgen over het gedrag van de moeder en meldingen bij Veilig Thuis. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert opschorting van het contact totdat Veilig Thuis een onderzoek heeft afgerond en veiligheidsafspraken zijn gemaakt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de door de vader gestelde feiten aannemelijker zijn en dat er ernstige zorgen zijn over de thuissituatie van de moeder. Daarom wordt het contact tussen de moeder en de kinderen voorlopig opgeschort. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het contact tussen de moeder en de minderjarige kinderen wordt opgeschort totdat Veilig Thuis een veiligheidsonderzoek heeft afgerond en veiligheidsafspraken zijn gemaakt.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
zaaknummer / rolnummer: C/02/445035 / KG ZA 26-76
Vonnis in kort geding van 13 maart 2026
in de zaak van
[de vrouw]
wonende te [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. S.J. Nijssen te Goes,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. M. de Houck te Terneuzen.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over het verzoek te adviseren.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- conclusie van antwoord tevens inhoudende eis in reconventie.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op 13 maart 2026 tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
1.3.
Tijdens de zitting zijn verschenen de advocaat van de vrouw en de man bijgestaan door zijn advocaat. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordigster namens de Raad.
1.4.
De vrouw is niet in persoon verschenen.
1.5.
Ten slotte is een mondelinge uitspraak gedaan.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn de navolgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019, hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021, hierna: [minderjarige 2] .
2.2.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
2.3.
Bij (echtscheidings)beschikking van deze rechtbank van 26 juli 2023 is, voor zover thans van belang, bepaald dat het aangehechte (en door partijen op 15 juni 2023 ondertekende) ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.
2.4.
In het door partijen op 15 juni 2023 ondertekende ouderschapsplan is onder meer en voor zover hier van belang opgenomen dat de kinderen hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw en dat partijen de navolgende zorgregeling zijn overeengekomen:
“De vader werkt in ploegen.
De kinderen verblijven in de week dat de vader ochtenddienst heeft vanaf maandag tot en met zondag bij de vader. De daarop volgende week met aansluitend het weekend verblijven de kinderen bij de moeder enzovoort.
De vakanties en feestdagen verdelen de ouders in onderling overleg, In de vakanties vindt de wisseling van de kinderen plaats bij de kinderopvang.”
2.5.
Sinds de zomer van 2025 verblijft [minderjarige 1] volledig bij de man.
2.6.
De man en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit, de vrouw de Tsjechische nationaliteit.

3.Het geschil in conventie en reconventie

3.1.
De vrouw vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de man te veroordelen tot het nakomen van de zorgregeling zoals die tussen partijen is overeengekomen en welke inhoudt een week-op-week-af regeling waarbij de minderjarigen de ene week bij de vrouw zijn van zondagavond 17:00 uur tot de zondagmiddag 17:00 daarop en de andere week zijn de minderjarigen bij de man;
- dan wel een zodanige regeling als de voorzieningenrechter in het belang van de minderjarigen acht;
- gedaagde te veroordelen in de kosten voor de procedure.
3.2.
De vrouw heeft daartoe, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. Partijen hebben in het ouderschapsplan een zorgregeling opgenomen. Deze is echter niet als zodanig uitgevoerd. De kinderen hebben tot de zomer van 2025 volledig bij de vrouw gewoond. Vanaf de zomer van 2025 is de regeling zoals in het ouderschapsplan is opgenomen ingegaan, met de zondag als wisseldag. De man heeft de kinderen op enig moment bij zich gehouden vanwege de nieuwe relatie van de vrouw. De vrouw betwist dat er in haar relatie sprake is van mishandeling en dat de kinderen daar getuige van zijn. De school van de kinderen heeft zorgen over hen geuit en een melding bij Veilig Thuis gedaan. De vrouw staat open voor hulpverlening. Zij wijt het gedrag van de kinderen aan spanningen door de wisselingen. De vrouw heeft een zoon uit een andere relatie en heeft een Goed Genoeg Ouderschap traject doorlopen. Daaruit bleek dat zij prima in staat is om als ouder te functioneren.
Er is sprake van spoedeisend belang nu het de vrouw al twee weken onmogelijk wordt gemaakt om contact met de kinderen te hebben.
3.3.
De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.
In reconventie vordert de man bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de zorgregeling zoals overeengekomen in het ouderschapsplan van 15 juni 2023, vastgelegd bij beschikking van 23 juli 2023, voor een nader door de rechtbank vast te stellen (on)bepaalde tijd op te schorten, althans de vrouw het recht op contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te ontzeggen, althans enkel nog contact tussen de vrouw en de kinderen te laten plaatsvinden onder begeleiding van een onafhankelijke en deskundige derde, althans een zodanige beslissing
te nemen als de voorzieningenrechter juist acht. Ook verzoekt de man voor zover mogelijk in kort geding een onderzoek door de Raad te gelasten naar de veiligheid van [minderjarige 1] en
[minderjarige 2] en de opvoedcapaciteiten van de vrouw, althans nader door de voorzieningenrechter te formuleren vragen.
3.4.
Ter onderbouwing van zijn verweer en vorderingen voert de man, kort samengevat, het navolgende aan.
Partijen hebben sinds 2023 wel uitvoering gegeven aan de overeengekomen co-ouderschapsregeling. Vanaf de zomer van 2025 verblijft [minderjarige 1] volledig bij de man en niet meer bij de vrouw, omdat de vrouw het gedrag van [minderjarige 1] niet goed aan kon. Voor [minderjarige 2] liep de co-ouderschapsregeling tot eind januari 2026. De man heeft [minderjarige 2] bij zich gehouden, nadat [minderjarige 2] bang en verstijfd vertelde dat als hij nog een keer aan de spullen van de nieuwe partner van de vrouw zou komen, hij al zijn botjes zou breken. De man heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis en in verband met de veiligheid van [minderjarige 2] hem niet meer naar de vrouw laten gaan. De man staat nog steeds open voor contact tussen de vrouw en de kinderen, maar enkel indien dit op een veilige manier gebeurt. De vrouw heeft de afgelopen periode de kinderen twee keer zonder overleg en met een verzonnen verhaal opgehaald, hetgeen voor de kinderen heel verwarrend is. Daarbij komt ook dat ze met de kinderen zonder rijbewijs in een auto zonder autostoeltjes rijdt.
3.5.
Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op de vorderingen het Nederlands recht van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
4.2.
Op grond van de gedingstukken en de toelichting door de advocaat van de vrouw en de (advocaat van de) man tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast.
4.3.
Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
4.4.
De Raad heeft tijdens de zitting, kort samengevat, naar voren gebracht dat nu er een melding bij Veilig Thuis ligt, Veilig Thuis aan zet is om de veiligheid van de minderjarigen te onderzoeken en veiligheidsafspraken met de ouders te maken. Nu de man ook contact heeft met [hulpverlening] is het aan deze instantie en aan Veilig Thuis om verdere stappen te zetten. [hulpverlening] kan bijvoorbeeld een jeugdbeschermingstafel bijeenroepen. Voor een onderzoek door de Raad vindt de Raad het op dit moment nog te vroeg.
De Raad adviseert de man om samen met de hulpverlening te gaan bekijken op welke manier de contacten tussen de vrouw en de kinderen hersteld/hervat kunnen worden. De Raad vindt de manier van handelen van de man, waarbij de man besloten heeft om de kinderen bij zich te houden, gelet op de zorgen die er spelen, begrijpelijk. De Raad adviseert de voorzieningenrechter om het contact tussen de vrouw en de kinderen te schorsen. Op die manier kan de vrouw niet zomaar bij de man thuis, op school of op de BSO verschijnen om de kinderen mee te nemen. Dat vindt de Raad verwarrend voor de kinderen en niet in hun belang.
4.5.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De voorzieningenrechter overweegt dat in beginsel een vastgestelde zorgregeling dient te worden nagekomen. In deze situatie is er echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van dusdanige omstandigheden dat van deze hoofdregel moet worden afgeweken. In dat kader stelt de voorzieningenrechter vast dat de door beide partijen aangedragen feiten en omstandigheden niet gelijkluidend zijn. De vrouw die niet aanwezig was tijdens de zitting heeft de door de man gestelde feiten en omstandigheden, die zijn onderbouwd met stukken (met name de whatsapp conversatie tussen de vrouw en de partner van de man), niet weersproken of nader kunnen toelichten. Op grond daarvan komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de door de man gestelde feiten aannemelijker zijn dan die die door de vrouw zijn aangedragen. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat [minderjarige 1] reeds vanaf de zomer 2025 volledig bij de man verblijft en dat de man [minderjarige 2] vanaf eind januari 2026 bij zich heeft gehouden nadat [minderjarige 2] volledig overstuur was door uitspraken van de partner van de vrouw dat hij alle botjes van [minderjarige 2] zou breken als hij nog eens aan diens spullen zou komen. De voorzieningenrechter heeft ten slotte op zijn minst genomen ernstige zorgen over de vraag of de thuissituatie van de vrouw veilig is. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk dat Veilig Thuis, die inmiddels betrokken is door een melding van de man over de situatie, nader onderzoek verricht en de situatie in kaart brengt. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter grond om de vordering van de vrouw af te wijzen.
4.6.
Voor de voorzieningenrechter staat vast dat de man niet afwijzend staat tegenover contact tussen de vrouw en de kinderen. Dit moet echter wel op een verantwoorde wijze gebeuren. Nu de vrouw de kinderen zonder afspraak op onverwachte momenten meeneemt, in een auto rijdt met de kinderen zonder rijbewijs en zonder autostoeltjes, verhoogt zij daarmee de zorgen die de voorzieningenrechter heeft. De voorzieningenrechter vindt niet dat de vrouw daarmee laat zien dat zij in het belang van de kinderen handelt. Om deze reden en omdat er ernstige zorgen zijn over de thuissituatie van de vrouw, zal de voorzieningenrechter voorlopig het contact tussen de vrouw en de kinderen opschorten.
4.6.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het de bedoeling is, zeker gelet op de jonge leeftijd van de kinderen, dat het contact tussen de kinderen en de vrouw op een verantwoorde en veilige wijze zo spoedig mogelijk wordt hersteld. Het is, nu er een melding bij Veilig Thuis is gedaan, aan Veilig Thuis om deze zaak met spoed op te pakken, de veiligheid van de kinderen te onderzoeken en veiligheidsafspraken te maken. Zonder dat er naar de veiligheid van de kinderen gekeken wordt, kan er geen contactherstel plaatsvinden.
4.7.
Van zowel de vrouw als van de man wordt verwacht dat er meegewerkt gaat worden met de hulpverlening. Het ligt op de weg van de vrouw om zicht te geven op haar thuissituatie en om te laten zien dat ze op een verantwoorde wijze contact kan hebben met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
4.8.
Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zal de vordering tot veroordeling van de man in de proceskosten worden afgewezen en zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.9.
De voorzieningenrechter verklaart de beslissing tot opschorting van het contact uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De voorzieningenrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
4.10.
Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
schort het contact tussen de vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op, een en ander zoals overwogen onder rechtsoverweging 4.5, 4.6 en 4.7 van deze beschikking.
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier, en op schrift gesteld op 31 maart 2026.