Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2899

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445387 / FA RK 26-986
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1966, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene woont momenteel in een accommodatie en wordt bijgestaan door een advocaat. Tijdens de zitting werden ook een arts in opleiding tot psychiater en een begeleidster gehoord.

Betrokkene stelt dat het goed met haar gaat en dat zij vrijwillig meewerkt aan medicatie, terwijl de raadsvrouw de zorgmachtiging alleen wil toestaan voor medicatietoediening en medische controles, niet voor opname. De arts en begeleidster benadrukken echter dat betrokkene wisselend is in het accepteren van medicatie, suïcidale uitspraken doet en risico loopt op ernstige achteruitgang en gevaar door een persoon die misbruik van haar maakt.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot levensgevaar, materiële en financiële schade en bedreiging van haar veiligheid. Er is geen passende vrijwillige zorg mogelijk vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en ambivalentie. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie.

De toegewezen zorgmaatregelen zijn evenredig en effectief, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 13 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en gebrek aan ziekte-inzicht bij betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445387 / FA RK 26-986
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvend bij [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. B.I. van Vugt uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 24 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , arts in opleiding tot psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleidster.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat het goed met haar gaat. Ze komt op tijd voor haar depotmedicatie en heeft gehoord dat ze naar huis mag. Ze begrijpt niet dat er verplichte zorg zou moeten worden opgelegd, omdat ze overal aan meewerkt. Er worden allerlei leugens over haar verspreid. Het klopt bijvoorbeeld niet dat er sprake zou zijn van suïcidale gedachten of dat ze personen in haar huis zou laten.
3.2.
De raadsvrouw stelt dat het beter gaat met betrokkene. Ze kan zich vinden in de zorgmachtiging voor zover dit ziet op het toedienen van medicatie en medische controles, omdat ze hier toch al aan meewerkt. Echter wil betrokkene niet opgenomen worden. Dit is ook niet nodig, omdat ze de afgelopen maanden vrijwillig opgenomen is geweest. Bij toewijzing van het verzoek dient deze vorm van verplichte zorg dan ook te worden afgewezen, omdat het niet proportioneel is om deze vorm van zorg toe te wijzen.
3.3.
De arts in opleiding tot psychiater stelt dat een zorgmachtiging noodzakelijk is, omdat betrokkene wisselend is in het accepteren van haar depotmedicatie. De laatste tijd gaat dit goed, maar dit is in de afgelopen periode niet altijd zo geweest, omdat betrokkene orale medicatie wil in plaats van depotmedicatie. Momenteel wordt bekeken of betrokkene naar huis kan, maar het huis moet eerst weer bewoonbaar worden en er moet een nieuw slot in de deur van haar woning worden geplaatst. Dit omdat betrokkene een persoon in haar huis heeft die misbruik van haar maakt. Op het moment dat dit geregeld is, kan betrokkene, met een zorgmachtiging, naar huis. Echter is het voorzienbaar dat betrokkene in de komende periode decompenseert en er opnieuw een opname nodig zal zijn waaraan ze niet vrijwillig zal willen meewerken. Om die reden is deze vorm van verplichte zorg ook noodzakelijk. De verplichte vormen van zorg zoals door de officier van justitie verzocht, zijn noodzakelijk.
3.4.
De begeleidster sluit zich aan bij wat de arts in opleiding tot psychiater heeft gesteld. Hiernaast stelt ze dat betrokkene als ze boos of verdrietig is, uitspraken kan doen dat ze er maar beter niet meer kan zijn. Het gaat beter met betrokkene, maar er zijn zorgen over haar op het moment dat ze weer naar huis gaat.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
4.4.
Wanneer betrokkene decompenseert, heeft ze paranoïde wanen, auditieve hallucinaties, uitgesproken achterdocht, agitatie en een verminderde realiteitstoetsing. Daarnaast doet betrokkene suïcidale uitspraken. Betrokkene kan vanuit haar psychotisch toestandsbeeld bijvoorbeeld agressief reageren. Zo heeft betrokkene in haar woning een ruit ingeslagen waarbij ze een snijwond heeft opgelopen die aanvankelijk niet behandeld kon worden door de agitatie en agressie door betrokkene. Ook bestaat het risico dat betrokkene opnieuw slachtoffer wordt van de man die bij haar in huis heeft gewoond. Eerder heeft hij veel geld van betrokkene afgetroggeld en zonder toestemming in haar woning verbleven, waardoor betrokkene het risico loopt haar woning te verliezen.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene toont zich ambivalent in het accepteren van zorg. De kans wordt groot geacht dat bij het wegvallen van een verplicht kader, betrokkene zich aan zorg zal onttrekken met ernstig nadeel tot gevolg. Zij zal, gezien haar voorgeschiedenis, zonder medicatie opnieuw (ernstig) psychotisch ontregelen. Haar toestand is aan het verbeteren, maar momenteel nog onvoldoende hersteld om haar al met ontslag te kunnen laten gaan. Haar bereidheid tot toediening van depot en ambulante follow up is nog niet consistent. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.