Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2902

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/443092 / FA RK 25-6475
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kinderrechter wijst onderzoek aan naar hoofdverblijf en zorgregeling na verzoek minderjarige

De zaak betreft een verzoek van een twaalfjarige minderjarige die via de informele rechtsingang de kinderrechter verzocht om bij zijn vader te mogen wonen en slechts om de twee weken een weekend bij zijn moeder te verblijven. De minderjarige gaf aan zich niet veilig te voelen bij zijn moeder en meldde mentale trauma’s en mishandeling. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De moeder ontkent de beschuldigingen en uit zorgen over de agressie van de vader en de onrustige relatie tussen de ouders.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een onderzoek te laten verrichten vanwege de complexe situatie en de zorgen van beide ouders over het verblijf van de kinderen. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de Raad een onderzoek instelt naar het hoofdverblijf en de zorgregeling, inclusief een mogelijk beschermingsonderzoek. Tevens is afgesproken dat de ouders en kinderen via het Centrum Jeugd en Gezin hulpverlening zullen ontvangen.

De kinderrechter besloot de zaak aan te houden tot 17 november 2026, totdat het rapport en advies van de Raad beschikbaar zijn. Daarna zullen de ouders de gelegenheid krijgen te reageren en zal de kinderrechter verdere stappen bepalen. De huidige situatie blijft gehandhaafd totdat een beslissing wordt genomen. De minderjarige en ouders zijn geïnformeerd over de procedure en het vervolgtraject.

Uitkomst: De kinderrechter wijst een onderzoek aan en houdt de zaak aan zonder wijziging van het hoofdverblijf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/443092 / FA RK 25-6475
datum uitspraak: 13 maart 2026
beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang
[minderjarige 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2011,
wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
hierna te noemen de: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.J.R. Albicher.
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. D.R.M. de Vos.
De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van [minderjarige 1] te adviseren.

1.Het verloop van de zaak

1.1
Op 17 december 2025 heeft de rechtbank een e-mailbericht met als bijlage een brief
ontvangen van [minderjarige 1] .
1.2
De kinderrechter heeft op 18 februari 2026 met [minderjarige 1] gesproken over zijn brief.
1.3
Door mr. Albicher zijn op 27 februari 2026 stukken ingediend.
1.4.
Naar aanleiding van het gesprek met [minderjarige 1] heeft de kinderrechter de ouders (en de Raad) uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad.

2.De feiten

2.1
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 1] 2011;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2013.
2.2
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
2.3
Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 18 juli 2018 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Deze beschikking is op 30 juli 2018 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
2.4
Van de echtscheidingsbeschikking maakt onder andere deel uit een ouderschapsplan. In dit ouderschapsplan zijn de ouders overeengekomen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en dat er een zorgregeling geldt tussen de vader en de kinderen.

3.De vraag van [minderjarige 1]

3.1
vraagt de kinderrechter om ervoor te zorgen dat hij bij zijn vader mag wonen en dat hij een keer in de twee weken een weekend bij zijn moeder is.
3.2
[minderjarige 1] heeft in zijn brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat hij al langere tijd bij zijn vader en stiefmoeder wil wonen. Het gaat bij zijn moeder thuis al langere tijd niet zo goed en hij voelt zich daar niet veilig. [minderjarige 1] voelt zich niet op zijn gemak bij zijn moeder en heeft mentale trauma’s doordat zijn moeder hem voor schut zou zetten bij zijn familie. Ook trekt zijn moeder volgens [minderjarige 1] zijn zusje altijd voor en voelt hij zich verwaarloosd doordat zijn moeder altijd veel bozer doet tegen hem dan tegen zijn zusje [minderjarige 2] . Daarnaast heeft [minderjarige 1] de indruk dat zijn moeder meer van zijn stiefvader houdt dan van hem. [minderjarige 1] heeft verder verteld dat zijn moeder hem ook af en toe geslagen en geschopt heeft en dat zijn stiefvader ook wel eens gedreigd heeft en onaardig tegen hem kan zijn. [minderjarige 1] voelt zich veiliger bij zijn vader en stiefmoeder. Hij heeft niet het gevoel dat hij daar wordt mishandeld. [minderjarige 1] wordt daar behandeld als iedereen. Ook heeft [minderjarige 1] het gevoel dat zijn vader en stiefmoeder van hem houden, terwijl hij bij zijn moeder het gevoel heeft dat zij hem nooit heeft gewild.

4.De standpunten van de ouders en het advies van de Raad

4.1
Door en namens de moeder is aangegeven dat het haar veel pijn en verdriet doet om te horen hoe [minderjarige 1] over haar denkt. De moeder is juist heel blij met [minderjarige 1] . Zij houdt evenveel van [minderjarige 1] als van zijn zusje [minderjarige 2] . De moeder doet veel voor [minderjarige 1] . Zij brengt hem naar alle afspraken en regelt alle zaken rondom [minderjarige 1] . De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] bij beide ouders zichzelf kan zijn en dat hij geen verplichtingen voelt tegenover (één van) beide ouders. Het baart de moeder veel zorgen als [minderjarige 1] bij de vader zou gaan wonen. Bij de vader is [minderjarige 1] niet welkom als hij zijn medicijnen niet heeft ingenomen. Daarnaast hebben de moeder en de vader een onrustige relatie gehad. Veilig Thuis is betrokken geweest en er is sprake geweest van een politiemelding vanwege het gedrag van de vader. De zorgen die de moeder heeft, zien met name op de agressie van de vader. De situatie bij de moeder thuis is voor [minderjarige 1] beter dan bij de vader. Bij de vader thuis zijn bovendien zes kinderen aanwezig. Verder speelt bij [minderjarige 1] al sinds zijn tweede levensjaar de nodige problematiek en wordt hij behandeld voor de angsten die hij heeft. De moeder is intensief betrokken bij de hulpverlening en onderhoudt de contacten daarmee. Volgens de moeder is er geen noodzaak om iets te wijzigen aan de huidige situatie. Het is belangrijk dat de regeling wordt nageleefd zoals hij al jaren wordt uitgevoerd. Wel vindt de moeder de huidige situatie zorgelijk. Zij heeft zorgen over de veiligheid van de kinderen en over de zorgvraag die beide kinderen hebben. Als de rechtbank vindt dat de huidige situatie niet in stand kan blijven, dan wil de moeder dat er eerst een raadsonderzoek plaatsvindt naar wat er in het belang van de kinderen is. De moeder staat overal voor open. De ouders zouden eigenlijk samen in gesprek moeten gaan, maar er is veel spanning vanwege de huidige situatie. Professionele begeleiding zal daarom nodig zijn.
4.2.
Door en namens de vader is aangegeven dat hij erg is geschrokken van wat [minderjarige 1] allemaal tegen hem heeft verteld. De vader heeft in eerste instantie aangegeven dat [minderjarige 1] met zijn moeder moest gaan praten om te kijken of er iets te regelen viel. Op een gegeven moment heeft de vader wel besloten om er wat aan te gaan doen. Het is niet alleen [minderjarige 1] die deze dingen vertelt. Ook [minderjarige 2] beaamt datgene wat [minderjarige 1] heeft verteld. De kinderen vertellen het afzonderlijk van elkaar. Bij de moeder zouden ze veel alleen zijn en zelf moeten koken en boodschappen doen. De vader vindt het belangrijk dat de kinderen veilig en gelukkig zijn en niet geschopt, geslagen of uitgescholden worden. Beide kinderen zijn bij de vader welkom, niet alleen [minderjarige 1] . Net als de moeder, maakt ook de vader zich zorgen. Ook als de kinderen niet de waarheid vertellen is het zorgelijk. De vader vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] een tijdje rust krijgt. Misschien dat het goed is dat [minderjarige 1] tijdelijk wat vaker naar de vader gaat en wel contact met zijn moeder heeft. Er moet goed worden gekeken naar wat de achtergrond is van het verhaal van [minderjarige 1] . Ook is de strijd tussen de ouders in de afgelopen jaren heviger geworden. Daarom zou het goed zijn dat de ouders onder professionele begeleiding met elkaar gaan praten, zodat er ook inzicht komt in wat er bij de andere ouder speelt.
.
4.3.
De Raad heeft ter zitting geadviseerd om een onderzoek door de Raad te laten verrichten. Gebleken is dat er veel speelt en in het verleden heeft gespeeld. Beide ouders hebben zorgen over het verblijf van de kinderen bij de ander. Als het klopt wat [minderjarige 1] heeft verteld over de situatie bij zijn moeder dan is dat zorgelijk. Als het echter niet klopt, dan is dat net zo zorgelijk. Het is de beleving van [minderjarige 1] en daar moet iets mee gebeuren in de vorm van hulpverlening. Tegelijkertijd is wel van belang dat [minderjarige 1] kwetsbaar is. De aard van zijn beperkingen kan met zich brengen dat hij het moeilijk vindt om dingen een plekje te geven. De Raad vindt het belangrijk dat op korte termijn eerst alle voorinformatie goed in kaart wordt gebracht, zodat daarna het juiste vervolgtraject kan worden ingezet. Voorkomen moet worden dat er nu stappen worden gezet die niet passend zijn binnen het gezinssysteem. De wachtlijst bij de Raad bedraagt op dit moment vier maanden. Dit betekent dat een onderzoek pas over acht maanden afgerond kan zijn. Voor de tussenliggende periode adviseert de Raad om te kijken of voor de ouders en de kinderen via de gemeente hulpverlening (regie) in het vrijwillige kader kan worden ingezet.

5.De beoordeling van de kinderrechter

5.1.
[minderjarige 1] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. In de wet is bepaald dat de kinderrechter op een vraag van een kind van twaalf jaar of ouder ambtshalve alleen een beslissing kan nemen over (1) het toekennen van eenhoofdig gezag, (2) omgang en informatie, (3) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken en (4) de benoeming van een bijzondere curator.
5.2.
Zoals ter zitting met de ouders is besproken, vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de Raad een onderzoek gaat verrichten naar het hoofdverblijf en de zorgregeling met betrekking tot [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Er speelt op dit moment erg veel in het leven van de kinderen. De uitspraken die [minderjarige 1] doet zijn, ongeacht of deze waar zijn of niet, erg zorgelijk. Daarnaast is gebleken dat er in het verleden tussen de ouders veel is gebeurd. Voordat de kinderrechter eventueel beslist om het hoofdverblijf en/of de zorgregeling met betrekking tot de kinderen te wijzigen, wil hij dat eerst de situatie van de ouders en de kinderen goed in beeld wordt gebracht en dat de Raad op basis daarvan een advies uitbrengt, onder andere over het gewenste vervolgtraject. De Raad zal daarbij worden verzocht om het onderzoek, zo nodig, uit te breiden met een beschermingsonderzoek.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de Raad vragen om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de navolgende vragen:
- In hoeverre komt een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen tegemoet aan de belangen van de kinderen?
- Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders komt het meest tegemoet aan de belangen van de kinderen? Is de huidige zorgregeling qua frequentie, aard en duur nog passend?
- Acht de Raad een kinderbeschermende maatregel ten behoeve van de kinderen noodzakelijk?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?
5.3.
Met de ouders is ter zitting besproken dat de kinderrechter het gelet op de aanwezige zorgen belangrijk vindt dat er op korte termijn alvast iemand komt die met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaat praten, zodat zij in ieder geval hun verhaal kwijt kunnen. Na een korte schorsing van de zitting, hebben de ouders ter zitting afgesproken dat zij zich zullen wenden tot het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) van de gemeente [woonplaats 1] voor een hulpverleningstraject gericht op het aanstellen van een kindbehartiger voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarnaast zullen zij het CJG vragen om passende (aanvullende) hulpverlening voor [minderjarige 1] in te zetten en hulpverlening gericht op het verbeteren van de onderlinge communicatie tussen de ouders. De Raad heeft hierop ter zitting aangevuld dat het daarbij belangrijk is dat het CJG het verleden met de ouders goed doorneemt, dat de hulpverlening ook bij de ouders thuis komt en dat er zicht op de kinderen is.
5.4.
Het vorenstaande betekent dat de kinderrechter op dit moment nog niet inhoudelijk op de vraag van [minderjarige 1] zal beslissen. De kinderrechter wil eerst de inzet van de vrijwillige hulpverlening aan de ouders en de kinderen en de uitkomsten van het raadsonderzoek afwachten. De kinderrechter zal iedere beslissing op de vraag van [minderjarige 1] voor de duur van acht maanden aanhouden, zulks tot
17 november 2026 pro forma. Na ontvangst van het rapport en advies van de Raad zullen de ouders via hun advocaten in de gelegenheid worden gesteld daarop te reageren en het door hen gewenste verdere procesverloop kenbaar te maken. De kinderrechter zal de ouders daarna informeren over de verdere voortang van de procedure.

6.Brief aan [minderjarige 1]

6.1
De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige 1] een brief te sturen met uitleg over de verdere voortgang van de procedure en beide ouders daarvan op de hoogte te stellen. In deze brief die op verzoek van [minderjarige 1] naar het adres van de vader wordt verzonden, leest [minderjarige 1] het volgende.
Beste [minderjarige 1] ,
Op 18 februari 2026 hebben wij elkaar gesproken over de brief die jij aan mij had geschreven. Tijdens dat gesprek heb jij verteld over jouw situatie, waar je woont en over de dingen die volgens jou niet goed gaan. Ook heb jij toen aangegeven wat je graag anders wilde zien.
Na het gesprek met jou, heb ik jouw ouders uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dat gesprek heb ik gesproken met jouw ouders (en hun advocaten) en met iemand van de Raad voor de Kinderbescherming over de brief die jij aan mij hebt geschreven en over de dingen die jij mij in ons gesprek hebt verteld.
Er speelt op dit moment veel in jouw leven en dat van jouw zusje. Ik weet ook dat de situatie op dit moment moeilijk voor jou is. Tijdens het gesprek met jouw ouders, heb ik gehoord dat allebei jouw ouders heel veel van jou en jouw zusje houden. Ook maken zij zich allebei veel zorgen om jou. Zij willen de situatie voor jou graag beter maken. Dat lukt hen niet alleen. Daarom hebben jouw ouders afgesproken dat zij daar hulp voor gaan zoeken. Er zal voor jou en jouw zusje iemand komen om mee te praten. Ook zal er worden gekeken of er voor jou nog extra hulp moet komen. Ook zal er een onderzoek komen om te kijken hoe het met jou gaat en hoe de situatie voor jou (en jouw zusje) eventueel beter gemaakt kan worden. Zo’n onderzoek duurt een paar maanden. Als het onderzoek klaar is, zal worden gekeken hoe het verder gaat. Het kan zijn dat ik jou dan opnieuw uitnodig voor een gesprek. Ook kan het zijn dat ik dan opnieuw met jouw ouders (en hun advocaten) en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming ga praten.
Voor nu blijft de situatie even zoals hij is, totdat jouw ouders eventueel andere afspraken maken of totdat ik beslis dat de situatie anders moet worden. Ik kan me voorstellen dat dit niet helemaal is waarop je hebt gehoopt, maar ik vind dit op dit moment het beste voor jou.
Ik hoop dat ik voldoende duidelijk heb opgeschreven hoe het nu verder gaat.
De kinderrechter

7.De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter:
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Middelburg, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de hierboven onder 5.2. vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren;
houdt (iedere beslissing in) de zaak aan tot
17 november 2026 pro forma, met het verzoek aan de Raad om alsdan te rapporteren en te adviseren onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift van het rapport en advies aan (de advocaten van) beide ouders.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 in aanwezigheid van mr. Lavrijssen, griffier.