Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2903

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445647 / FA RK 26-1134
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis voor twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1993, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een middelengerelateerde verslavingsstoornis, wat door meerdere psychiaters is vastgesteld. Betrokkene en zijn advocaat betwisten de diagnose en verzoeken om een second opinion, maar dit verzoek is afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene zonder verplichte zorg zal decompenseren, met risico op agressie, zelfverwaarlozing en verlies van zijn woning. Betrokkene werkt vrijwillig mee aan medische controles, maar heeft onvoldoende ziekte-inzicht en ziet het belang van medicatie niet in. De medicatie wordt momenteel afgebouwd, wat leidt tot toename van psychotische symptomen.

De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk, waaronder het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid, zoals het onderhouden van contact met het ambulante FACT-team. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging geldt tot en met 13 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en contact met het ambulante FACT-team.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445647 / FA RK 26-1134
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , casemanager van het ambulant team;
  • mevrouw [persoon 2] , casemanager van het ambulant team;
  • mevrouw [persoon 3] , begeleider beschermd wonen.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 7 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat een zorgmachtiging niet nodig is, omdat het goed met hem gaat. Hij kan niet goed tegen de medicatie en is daar vaak ziek van geweest. De zorgverleners kennen betrokkene niet en noemen hem psychotisch. Verder werkt hij vrijwillig mee aan medische controles.
4.2.
De heer [persoon 1] , casemanager van het ambulant team, zegt dat betrokkene in het verleden een aantal keren fors psychotisch is geweest. Sinds betrokkene goed is ingesteld op medicatie gaat het redelijk met hem. Wel heeft betrokkene nog last van zijn ‘vriendin’ in zijn hoofd, die hem vaak overneemt. De medicatie van betrokkene wordt momenteel verlaagd, waarbij de stem van de vriendin toeneemt. Tot nu toe is het gedrag dat betrokkene vertoont echter nog te hanteren. Als er geen zorgmachtiging is, zal hij de medicatie te snel verlagen of zal hij daarmee stoppen, waarna de verwachting is dat hij zal decompenseren. Betrokkene ziet niet in dat de medicatie helpt en daarom noodzakelijk is. Eerder heeft hij tijdens een decompensatie zijn appartement vernield en mensen bedreigd, doordat hij overspoeld werd door angst. Destijds is betrokkene opgenomen geweest. Verder blowt hij een aantal keer per dag, wat luxerend is voor een psychose. De casemanager zegt dat betrokkene vrijwillig meewerkt aan medische controles. Daarnaast vindt er periodiek een gesprek plaats tussen betrokkene en een psychiater. Deze psychiater en de onafhankelijke psychiater constateren dezelfde diagnose, zoals deze eerder ook is vastgesteld. Betrokkene heeft nooit eerder aangegeven onderzocht te willen worden door een andere psychiater, maar dit kan worden aangevraagd als hij dat wil.
4.3.
[persoon 4] , casemanager van het ambulant team, zegt dat er meer belevingen worden gezien bij betrokkene, nu de medicatie wordt afgebouwd. Er is daarnaast sprake van een groot verschil in visie tussen de zorgverleners en betrokkene.
4.4.
De begeleider van beschermd wonen zegt dat betrokkene zelf van mening is dat hij geen medicatie nodig heeft, waardoor de begeleider twijfels heeft of betrokkene de medicatie blijft gebruiken zonder een zorgmachtiging. De medicatie is echter wel nodig. Toen betrokkene een periode moest braken van de medicatie, werd er een negatief verschil in het gedrag van betrokkene gezien. De medicatie heeft dus wel een positieve werking op betrokkene. Daarnaast zegt de begeleider dat betrokkene te overtuigen is om mee te werken aan medische controles.
4.5.
De advocaat voert aan dat betrokkene moeite heeft met de diagnose die is gesteld. Betrokkene ontkent dat er sprake is van schizofrenie en stelt dat dit beeld niet actueel is. Betrokkene wil daarom graag een second opinion van een deskundige, bij voorkeur de heer [persoon 5] uit [plaats 2] , omdat deze deskundige bekend is met personen met deze problematiek en met een Caribische achtergrond. De advocaat verzoekt om deze deskundige te benoemen en te kijken of er sprake is van een psychische stoornis bij betrokkene. De advocaat verzoekt verder het verzoek af te wijzen, omdat er geen sprake is van een psychische stoornis en er geen sprake is van ernstig nadeel.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum stoornis en een middelen gerelateerde en verslavingsstoornis. Betrokkene en zijn advocaat betwisten dat sprake is van een psychische stoornis bij betrokkene. De rechtbank stelt echter vast dat betrokkene sinds 2015 bekend is bij de GGZ met schizofrenie. Daarnaast is de diagnose schizofrenie vastgesteld door de onafhankelijke psychiater, dr. [persoon 6] , in de medische verklaring en vindt er periodiek een gesprek plaats tussen betrokkene en een psychiater, welke dezelfde diagnose stelt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat met voldoende zekerheid vast is komen te staan dat betrokkene lijdt aan genoemde psychische stoornis. Het verzoek van de advocaat om namens betrokkene de vastgestelde diagnose (nogmaals) te laten onderzoeken door een onafhankelijke psychiater, de heer [persoon 5] , zal door de rechtbank worden afgewezen. Wel kan betrokkene, zoals ter zitting is toegezegd door de casemanager van het ambulante team, een gesprek aangaan met zijn huidige psychiater of kan hij worden onderzocht door een andere psychiater, indien betrokkene dat wenst.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Als betrokkene psychotisch decompenseert is hij agressief richting spullen en derden en roept hij agressie over zichzelf af. Ook is er een risico op het verlies van de woning van betrokkene bij RIBW en zelfverwaarlozing en niet eten. Bij een vorige psychotische decompensatie heeft betrokkene de muur van zijn woning eruit geslagen bij RIBW. Ook was betrokkene toen erg dreigend naar personeel van het FACT vanuit psychotische angst. Betrokkene heeft momenteel zijn laatste kans bij RIBW wat betreft wonen en begeleiding.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en -inzicht. Betrokkene ziet geen relatie tussen medicamenteuze behandeling en zijn huidige herstel. Zonder verplichte zorg zal betrokkene de medicatie te snel verlagen of zelfs stoppen met de medicatie, waarbij de verwachting is dat betrokkene zal decompenseren. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team.
5.7.2.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de casemanager van het ambulant team tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 maart 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.