Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2904

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445812 / FA RK 26-1219
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig psychisch nadeel en noodzakelijke verplichte zorg

Betrokkene verblijft sinds 9 maart 2026 onder een crisismaatregel bij een zorginstelling. De officier van justitie verzoekt om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene geeft aan zich beter te voelen en wil liever naar een andere accommodatie, waar zij eerder verbleef en zich prettiger voelt. De advocaat ondersteunt dit verzoek, maar stelt ook dat betrokkene nog onvoldoende ziekte-inzicht heeft.

De verpleegkundig specialist rapporteert een verslechtering van de toestand met een psychotisch verward beeld en benadrukt de noodzaak van verplichte medicatie en toezicht. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door een bipolaire-stemmingsstoornis en andere gedragsstoornissen.

De rechtbank acht de gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, wijst minder ingrijpende alternatieven af en verlengt de crisismaatregel tot 3 april 2026. Het verzoek tot andere vormen van zorg wordt afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken tot 3 april 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445812 / FA RK 26-1219
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende bij [stichting] te [plaats 2] ,
advocaat mr. S.J. Nijssen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist.
Aanwezig, maar niet gehoord is:
- mevrouw [persoon 2] , begeleidster.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [stichting] . De burgemeester van gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 9 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene stelt dat het een stuk beter met haar gaat. Ze vertelt dat ze inderdaad een camper is binnengegaan en dat ze een televisie op de grond heeft gegooid. Uiteindelijk is ze meegenomen naar [stichting] . Betrokkene wil niet binnen [stichting] verblijven. Ze wil liever verblijven bij [accommodatie] . Hier heeft ze in het verleden, toen ze 17 jaar was, ook verbleven; ze was hier onder behandeling en voelt zich daar fijner dan binnen [stichting] . Ook is het dichterbij huis. Hiernaast zou ze graag af en toe naar buiten gaan, zodat ze een rondje kan lopen.
4.2.
De advocaat stelt dat betrokkene graag naar het [accommodatie] zou willen. De psychische stoornis is al vastgesteld en er is ook sprake van ernstig nadeel. Betrokkene heeft beginnend ziekte-inzicht, maar dit is nog pril en hier is nog niet voldoende op te vertrouwen. Omdat betrokkene niet binnen [stichting] wil verblijven wordt primair verzocht het verzoek af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht de vormen van verplichte zorg op te nemen zoals door de verpleegkundig specialist genoemd.
4.3.
De verpleegkundig specialist stelt dat het nu een stuk slechter gaat met betrokkene dan vanochtend. Betrokkene is meer verward en herkende de verpleegkundig specialist niet meer. Er is sprake van een psychotisch verward toestandsbeeld. Betrokkene begint enig ziekte-inzicht te ontwikkelen, maar het is nog onvoldoende om uit te kunnen gaan van zorg in een vrijwillig kader. Betrokkene gebruikt Lorazepam en Olanzapine. De Olanzapine is nog nodig in een verplicht kader, omdat ze dit niet wil. Dit is echter wel noodzakelijk. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alleen noodzakelijk ‘toedienen van medicatie’, ‘verrichten van medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘opnemen in een accommodatie’. De overige vormen zijn niet nodig.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.3.
Betrokkene presenteert zich met verlies aan decorum, impulsieve acting out gedragingen, er is sprake van een snel wisselend affect en dysfore stemming, uitgesproken motorische rusteloosheid, gedachtenstops en incoherente denkinhoud. Betrokkene put zichzelf volledig uit en is verward.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de verpleegkundig specialist tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
3 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.