Betrokkene verblijft sinds 9 maart 2026 onder een crisismaatregel bij een zorginstelling. De officier van justitie verzoekt om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene geeft aan zich beter te voelen en wil liever naar een andere accommodatie, waar zij eerder verbleef en zich prettiger voelt. De advocaat ondersteunt dit verzoek, maar stelt ook dat betrokkene nog onvoldoende ziekte-inzicht heeft.
De verpleegkundig specialist rapporteert een verslechtering van de toestand met een psychotisch verward beeld en benadrukt de noodzaak van verplichte medicatie en toezicht. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door een bipolaire-stemmingsstoornis en andere gedragsstoornissen.
De rechtbank acht de gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, wijst minder ingrijpende alternatieven af en verlengt de crisismaatregel tot 3 april 2026. Het verzoek tot andere vormen van zorg wordt afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.