ECLI:NL:RBZWB:2026:292

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
24/5888
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h AWRArt. 28 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en boetes

Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2019 en 2020, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd en de bezwaren ongegrond verklaard.

Tijdens de zitting op 9 januari 2026 stelde de inspecteur zich op het standpunt dat de navorderingsaanslagen, de vergrijpboete en de belastingrentebeschikkingen vernietigd moesten worden. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de beroepen gegrond.

De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar en de navorderingsaanslagen, boete en rente. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €3.200 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 22 januari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De uitspraak wordt onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen, vergrijpboete en belastingrentebeschikkingen en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/5888 en 24/5955

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van 31 juli 2024.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over de jaren 2019 en 2020 navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd (de navorderingsaanslagen). Gelijktijdig heeft de inspecteur rente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikkingen) en bij de navorderingsaanslag over 2019 een vergrijpboete opgelegd naar de volgende bedragen:
Zaaknummer
Jaar
Belastbaar bedrag
Vergrijpboete (50%)
Belastingrente
24/5888
2019
€ 64.296
€ 1.548
€ 599
24/5955
2020
€ 83.997
nihil
€ 438
1.2.
De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens belanghebbende: [naam] en de gemachtigde van belanghebbende. Namens de inspecteur hebben mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de navorderingsaanslagen, de vergrijpboete en de belastingrentebeschikkingen moeten worden vernietigd. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de beroepen gegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

3. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en vernietigt de navorderingsaanslagen, de vergrijpboete en de belastingrentebeschikkingen.
3.1.
Omdat de beroepen gegrond zijn, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten die zij in verband met de behandeling van de beroepen heeft moeten maken. De inspecteur moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld. Bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding gaat de rechtbank ervan uit dat de zaken van belanghebbende samenhangen. De zaken zijn immers nagenoeg gelijktijdig door de inspecteur en door de rechtbank behandeld, waarbij de werkzaamheden van de gemachtigde in elk van deze zaken betrekking hadden op dezelfde materie en casuïstiek. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In de bezwaarfase worden de kosten van rechtsbijstand vastgesteld op basis van 2 punten (bezwaarschrift en het verschijnen ter hoorzitting), met een waarde van € 666 per punt. Ook heeft belanghebbende recht op 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934 per punt. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 1. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt de uitspraken op bezwaar;
  • vernietigt de navorderingsaanslagen, de vergrijpboete en de belastingrentebeschikkingen;
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van
€ 3.200;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, op 22 januari 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.