ECLI:NL:RBZWB:2026:2921

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/427212 / HA ZA 24-558
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hopmans
  • Van Dijk
  • Bastiaansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstel en aanvulling vonnis inzake hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheekschuld

In deze civiele zaak verzoekt de man de rechtbank om herstel dan wel aanvulling van het vonnis van 17 december 2025. Hij wil een specifieke zinsnede toegevoegd zien aan het dictum, die betrekking heeft op de voorwaarden waaronder hij kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld en de levering van de woning.

De vrouw en haar vennootschap verzetten zich tegen dit verzoek. De rechtbank beoordeelt dat herstel op grond van artikel 31 Rv Pro alleen mogelijk is bij een kennelijke schrijffout, rekenfout of evidente omissie die zich leent voor eenvoudig herstel. Aanvulling op grond van artikel 32 Rv Pro is alleen mogelijk als de rechter heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de man niet ziet op een kennelijke fout of verzuim, maar op een verduidelijking van het dictum. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Het vonnis is gewezen door de rechters Hopmans, Van Dijk en Bastiaansen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel dan wel aanvulling van het vonnis wordt afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke fout of verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Cluster II Handelszaken
Middelburg
Zaaknummer: C/02/427212 / HA ZA 24-558
Verbetervonnis van 11 maart 2026
in de zaak van

1.[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 1],
gevestigd te [plaats 1] ,
eiseressen in conventie,
verweersters in reconventie,
advocaat: mr. A.J.C. Nuijten, gevestigd te Bergen op Zoom,
tegen

1.[de man] ,

wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen: de man,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. N.M. van Leeuwen, gevestigd te Den Haag,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 2]
gevestigd te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [B.V. 2] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. C. van Meines, gevestigd te Gouda.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 24 februari 2026 heeft mr. Van Leeuwen namens de man de rechtbank verzocht om herstel (ex artikel 31 Rv Pro) dan wel aanvulling (ex artikel 32 Rv Pro) van het op 17 december 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Zij verzoekt in het dictum van het vonnis de volgende onderstreepte zinsnede toe te voegen aan r.o. 5.1.2.:
(…) 5.1.2. als de vrouw binnen de genoemde termijn aantoont dat de man kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschulden kan voldoen aan de onder r.o. 5.1.1. genoemde twee verplichtingen dan wel voorwaarden, moet de man, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden, meewerken aan levering van de woning aan de vrouw bij één van de notarissen van [notariskantoor] , gevestigd te [adres] , waarbij de kosten van het notariële transport van de woning voor rekening van de vrouw komen; (…)
1.2.
Op 5 maart 2026 heeft mr. Nuijten namens de vrouw aan de rechtbank laten weten tegen toewijzing van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. Volgens de vrouw is geen sprake van een kennelijke schrijffout, rekenfout of evidente omissie die zich leent voor herstel op de verzochte wijze.
Mr. Van Meines heeft namens [B.V. 2] laten weten geen bezwaar te hebben.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
Op grond van artikel 32 lid 1 Rv Pro vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis aan als hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde.
2.3.
De man verzoekt de rechtbank het dictum van het vonnis aan te vullen met een specifieke zinsnede, kennelijk -zo begrijpt de rechtbank uit de onderbouwing van het verzoek- om het dictum in de optiek van de man (verder) te verduidelijken. Van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent of een verzuim om te beslissen op een onderdeel van het gevorderde is (hiermee) geen sprake. De rechtbank zal het verzoek om herstel dan wel aanvulling van het op 17 december 2025 gewezen vonnis daarom afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst het verzoek om verbetering dan wel aanvulling van het op 17 december 2025 tussen partijen gewezen vonnis af.
Dit vonnis is gewezen door mrs. Hopmans, Van Dijk en Bastiaansen, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. Hopmans.