Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
gemeenschappelijkegewone verblijfplaats. Het begrip “eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk” is een feitelijk begrip. Van belang is niet alleen waar iemand feitelijk verblijft, maar ook hoe duurzaam dat verblijf is en daarnaast met welke intentie hij daar verblijft. Deze eerste gewone verblijfplaats dient binnen een redelijk korte termijn na de huwelijkssluiting te worden gevestigd. Bij de toepassing van de verdragsregel is het echter niet noodzakelijk dat partijen hun eerste gewone verblijfplaats direct bij de huwelijkssluiting vestigen. Uit vaste rechtspraak volgt dat doorgaans een limiet van zes maanden wordt gesteld, met een voorbehoud voor uitzonderlijke situaties. Nu er bij partijen een periode van meer dan zes maanden zit tussen de huwelijksvoltrekking en de vestiging van de vrouw in Nederland, hebben partijen naar het oordeel van de rechtbank geen
gemeenschappelijkeeerste gewone verblijfplaats na het huwelijk. Dit maakt dat op grond van artikel 4 lid 3 HHV Pro Turks huwelijksvermogensrecht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime omdat dit de gemeenschappelijke nationaliteit was van partijen ten tijde van het huwelijk.
.De man betwist dat de vrouw niet op de hoogte was van zijn gedragingen of de strafbare feiten waaruit deze schulden zijn voortgekomen. Bovendien heeft zij er ook van de gelden geprofiteerd dus deze schulden zijn volgens de man niet bijzonder verknocht aan hem en vallen daarom in de te af te wikkelen gemeenschap.
alleschulden. Daarvoor hoeft een schuld niet ten behoeve van de gemeenschap te worden opgelegd of door beide partijen te zijn aangegaan. Bovendien heeft de vrouw geen bijzondere omstandigheden gesteld waarom deze schulden als bijzonder verknocht zou moeten worden aangemerkt. Dat deze schulden, zoals gesteld door de vrouw, het gevolg zijn van handelen van de man en de vrouw daar geen enkel inzicht in of controle op heeft gehad, maakt dat niet anders.
.Hij heeft dit geld geleend voor zijn levensonderhoud na zijn detentie. De man betwist de stelling van de vrouw dat de schulden niet bestaan en stelt dat de vrouw erbij was toen hij het geld van deze familieleden kreeg. De door hem als productie 5 overgelegde verklaringen van zijn familieleden is de enige manier om deze schulden te onderbouwen. Meer is er niet.
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.