De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 maart 2026 een verbetering aangebracht in de beschikking van 5 december 2025. In de oorspronkelijke beschikking was een kennelijke fout geslopen in de periode van de voorlopige ondertoezichtstelling van het thans nog ongeboren kind.
Op grond van artikel 31 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechter bevoegd om ambtshalve of op verzoek van een partij kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen te verbeteren. De rechtbank constateerde dat de ondertoezichtstelling onjuist was vermeld tot een datum in 2025, terwijl dit moest zijn tot een datum in 2026.
De rechtbank heeft daarom de beschikking ambtshalve verbeterd door de einddatum van de ondertoezichtstelling aan te passen van 2025 naar 2026. Deze verbetering betreft uitsluitend de periode van de ondertoezichtstelling en verandert niets aan de inhoudelijke beslissing zelf.
De moeder is als belanghebbende aangemerkt en de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering als de gecertificeerde instelling en informant. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door rechter Van de Kraats, in aanwezigheid van griffier Hurkmans.
Uitkomst: De rechtbank verbeterde ambtshalve de einddatum van de voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind van 2025 naar 2026.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/442173 / JE RK 25-2061
verbetering van de beschikking
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, ZEELAND-WEST-BRABANT,
locatie Breda,
hierna te noemen Raad,
over
[het thans nog ongeboren kind] ,
hierna te noemen het thans nog ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
hierna te noemen de moeder,
met een briefadres in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven in [plaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
locatie Eindhoven,
hierna te noemen de GI.
1. De beoordeling
1.1.
Op grond van artikel 31 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter altijd op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
1.2.
De rechtbank is van oordeel dat er een kennelijke fout is opgetreden in de beschikking van 5 december 2025, nu daarin het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht is gesteld van de GI met ingang 5 december 2025 tot [datum] 2025. Voornoemde fout is voor eenvoudig herstel vatbaar. De rechtbank zal de beschikking van 5 december 2025 met betrekking tot de periode van de ondertoezichtstelling ambtshalve verbeteren op onderstaande manier.
2. De beslissing
De rechtbank
verbetert genoemde beschikking van 5 december 2025, in die zin dat onder 5. De beslissing, onder beslissing 6.2., in plaats van:
stelt het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de GI met ingang van
5 december 2025 tot [datum] 2025.
wordt gelezen
stelt het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de GI met ingang van
5 december 2025 tot [datum] 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.