De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de man om gezamenlijk ouderlijk gezag te verkrijgen over zijn erkende minderjarige kind en om een omgangsregeling vast te stellen. De vrouw voerde verweer en verzocht onder meer om een omgangsregeling in de oneven weken en een kinderalimentatie van €155 per maand.
Na een jeugd(hulpverlening)traject via het Uniform Hulpaanbod (UHA) en diverse rapportages, bleek dat beide ouders een stabiele thuissituatie bieden en een concept ouderschapsplan hadden opgesteld. De rechtbank oordeelde dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is, ondanks het broze vertrouwen tussen ouders. De omgangsregeling werd vastgesteld op vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur in de oneven weken, met praktische afspraken over halen en brengen.
De man trok zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning en de informatie- en consultatieregeling in. De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op €70 per maand, ingaande maart 2026, en compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De taak van de bijzondere curator werd beëindigd en de gemaakte afspraken werden opgenomen in de beschikking.