Partijen zijn gescheiden sinds 2019 en hebben een convenant met een niet-wijzigingsbeding voor partneralimentatie. De man verzoekt om nihilstelling of opschorting van de partneralimentatie wegens een ingrijpende wijziging van omstandigheden, waaronder het verlies van opdrachten door handhaving Wet DBA en overgang naar loondienst met lager inkomen.
De vrouw voert verweer dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet meer kan verdienen en dat de omstandigheden niet zodanig ingrijpend zijn. De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van het niet-wijzigingsbeding en de verdiencapaciteit in de bodemprocedure thuishoort en wijst het verzoek tot nihilstelling af.
Wel is er sprake van een zodanig dringend belang dat opschorting van de alimentatieverplichting gerechtvaardigd is. De man heeft geen draagkracht meer en kan de rekening-courantschuld niet verder laten oplopen. Daarom wordt de alimentatieverplichting opgeschort vanaf 1 oktober 2025 tot de uitspraak in de bodemprocedure.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.