Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2934

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/444600 / JE RK 26-188
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens bedreigde ontwikkeling en onveilige gezinssituatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, die bij hun moeder wonen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 15 maart 2026. De GI stelt dat de kinderen nog steeds in hun ontwikkeling worden bedreigd door de dynamiek van fors huiselijk geweld en dwingende controle van de vader.

Tijdens de mondelinge behandeling werd tevens het verzoek van de moeder behandeld om haar het alleenouderschap toe te kennen en de vader het contact met de kinderen voor twee jaar te ontzeggen. De vader verzocht om aanhouding van de beslissing op dit verzoek. De GI onderbouwt het verlengingsverzoek met recente incidenten, waaronder een anonieme melding die leidde tot plaatsing in een safehouse en het voorlopig ontzeggen van contact tussen vader en kinderen.

De kinderrechter oordeelt dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. Er is noodzaak tot verdere hulpverlening aan zowel de vader als de moeder, en pedagogische ondersteuning voor de kinderen. De regie voor het herstarten van contact ligt bij de GI. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met een jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad vanwege de noodzaak voor de ontwikkeling van de kinderen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de vier minderjarige kinderen wordt verlengd met een jaar en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444600 / JE RK 26-188
datum uitspraak 13 maart 2026
beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2023 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedag 3] 2023 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. P.J.M. Groenhuis-Kools,
[de vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. N. van Vliet.

1.Het procesverloop

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ingekomen op 2 februari 2026.
1.2.
Op 5 maart 2026 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.
Op deze mondelinge behandeling is gelijktijdig het verzoek van de moeder behandeld om te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag over de kinderen heeft en de vader het contact met de kinderen voor de duur van twee jaar te ontzeggen. Daarnaast is behandeld het verzoek van de vader om de beslissing op de verzoeken van de vrouw aan te houden voor de duur van de ondertoezichtstelling. Deze zaak is bekend onder zaaknummer C/02/443062 / FA RK 25-6461.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.2.
De kinderen wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van 14 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd met ingang van 15 maart 2025 tot 15 maart 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

Standpunt van de GI
4.1.
Voor de onderbouwing van het verzoek geeft de GI aan dat de kinderen nog altijd in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er is geen sprake van een ‘gewone’ conflictscheiding, maar gelet op de dynamiek en het verleden van fors huiselijk geweld zijn er duidelijke signalen van dwingende controle van de vader naar de moeder. In de afgelopen periode hebben de kinderen ook weer het nodige meegemaakt. Er waren stappen gezet in het opbouwen van het contact tussen de vader en de kinderen. Echter, op 6 november 2025 zijn de moeder en de kinderen wederom in een safehouse geplaatst naar aanleiding van een anonieme melding bij Veilig Thuis. Deze melding zag op uitspraken van de vader dat hij de vrouw en de kinderen wilde ombrengen. Daaropvolgend heeft de rechtbank in haar beschikking van 18 november 2025 de zorgregeling tussen de vader en de kinderen gewijzigd, in die zin dat er voorlopig geen contact zal zijn tussen de vader en de kinderen zolang de GI dat in het belang van de kinderen vindt en hun veiligheid niet kan worden gewaarborgd. De regie voor het herstarten van (begeleid) contact ligt bij de GI. Na het maken van veiligheidsafspraken zijn de vrouw en de kinderen op 21 december 2025 weer thuis gekomen, omdat de kinderen hun dagelijks leven erg misten. Het is belangrijk om in de komende periode te onderzoeken of er een veilig en positief contact mogelijk is tussen de vader en de kinderen. De vader is voor hulpverlening doorverwezen naar [hulpverlening] . Deze instantie behandelt volwassenen vanuit expertise rondom huiselijk geweld en onveiligheid in de gezinssituatie. Zij kunnen onderzoeken welke vorm van contact tussen de vader en de kinderen mogelijk is. Verder is het noodzakelijk dat de stabiliteit en veiligheid in de huidige opvoedsituatie wordt vergroot en er ruimte komt voor herstel. De kinderen zijn beschadigd in hun gevoel van basisveiligheid, waardoor een veilige hechting en een gezonde emotionele ontwikkeling onder druk staat. Ten slotte moet er zicht komen op wat de kinderen nodig hebben om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken en om te gaan met de situatie dat hun vader met regelmatig afwezig is (geweest). Er zal worden gestart met pedagogische ondersteuning. Daarnaast is de moeder aangemeld voor een individueel traject.
De standpunten van de belanghebbenden
4.2.
De moeder staat achter het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een periode zoals verzocht. Deze periode is nodig om verder aan de doelen te werken. Zij heeft ook voldoende vertrouwen in de GI.
4.3.
De vader mist een concreet plan vanuit de GI waarin is opgenomen welke stappen er gezet gaan worden en binnen welke termijn. Een van de doelen waaraan moet worden gewerkt is dat de kinderen opgroeien in een stabiele omgeving. Zowel door de Raad als door de GI is aangegeven dat beide ouders aan de slag moeten met individuele hulpverlening om zicht te krijgen op de destructieve patronen in de relatie. De vader heeft meerdere trajecten positief afgerond, maar vooralsnog is de moeder niet gestart met individuele hulpverlening. De vader benadrukt dat het aan beide partijen is om aan de doelen te werken. Ook moet worden ingezet op het vormgeven van het gezamenlijk ouderschap door bijvoorbeeld het doorlopen van een ouderschapsprogramma. Daarnaast is op dit moment onduidelijk op welke manier zal worden gewerkt aan het doel dat de kinderen een positief en stabiel contact met hun vader kunnen hebben. De vader kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden met aanhouding voor de overige maanden.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, als aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
De gronden van artikel 1:255 lid 1 BW Pro luiden als volgt: de rechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.3.
Naar het oordeel van de kinderrechter blijkt uit de inhoud van de stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling dat de doelen voor een belangrijk deel nog niet zijn behaald. In de afgelopen periode is er veel gebeurd. Er waren stappen gezet in het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Er was zelfs sprake van onbegeleid contact. Echter, de noodzaak bestond om de moeder en de kinderen voor een tweede keer in een safehouse te plaatsen vanwege zorgen over hun veiligheid. Deze zorgen hebben ook ertoe geleid dat er voorlopig geen contact meer is tussen de vader en de kinderen. De regie voor het herstarten van (begeleide) omgang ligt bij de GI. De kinderrechter is van oordeel dat moet worden onderzocht welke vorm van contact tussen de vader en de kinderen mogelijk is. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen is de vader inmiddels aangemeld bij [hulpverlening] . Verder is het de kinderrechter gebleken dat individuele hulpverlening voor de moeder nog niet is gestart. Het is noodzakelijk dat ook hierin stappen worden gezet om de stabiliteit van de moeder te vergroten, zodat mogelijk kan worden gewerkt aan het vormgeven van een vorm van (gezamenlijk) ouderschap. Daarnaast zal verder moeten worden ingezet op hulpverlening om ervoor te zorgen dat de kinderen de ingrijpende gebeurtenissen kunnen verwerken en wordt gekomen tot een situatie waarin voor alle kinderen veiligheid, bescherming en stabiliteit is gewaarborgd.
5.4.
Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van een jaar. Er moeten nog veel stappen worden gezet om de doelen te behalen. De kinderrechter begrijpt de wens van de vader om meer duidelijkheid te krijgen over het verdere verloop van de ondertoezichtstelling. Een tussentijds toetsmoment acht de kinderrechter evenwel niet aangewezen. De GI heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij een concreet plan kunnen opstellen, waaruit blijkt welke stappen binnen welke termijnen gezet moeten gaan worden. Het is aan de GI om regie te voeren en de ouders daarin mee te nemen.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, omdat het voor de ontwikkeling van de kinderen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen kan worden uitgevoerd.

6.De beslissing

De kinderrechter
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] met ingang van 15 maart 2026 tot 15 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en, in aanwezigheid van mr. Hurkmans als griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.