Partijen zijn voormalig gehuwd en hebben gezamenlijk gezag over vier minderjarige kinderen die bij de moeder verblijven. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen, en tevens de omgang van de vader met de kinderen te ontzeggen. De vader verzet zich tegen deze verzoeken en vraagt om aanhouding.
De rechtbank constateert een langdurig verstoorde relatie met incidenten van huiselijk geweld door de vader, die hiervoor in 2020 is veroordeeld. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en er zijn diverse maatregelen getroffen, waaronder een tijdelijke stopzetting van omgang. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn betrokken en signaleren een patroon van dreigend en intimiderend gedrag van de vader.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is en in het belang van de kinderen en de moeder het gezag aan de moeder moet worden toegekend. Het verzoek tot ontzegging van omgang wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke criteria en er nog mogelijkheden zijn om het contact onder begeleiding te herstellen. De proceskosten worden gecompenseerd.