Op 15 augustus 2024 heeft verdachte meerdere keren [slachtoffer] geslagen en tegen het hoofd geschopt, met als primair ten laste gelegde feit poging doodslag. De rechtbank oordeelt dat het schoppen met slippers tegen het hoofd niet leidt tot een aanmerkelijke kans op overlijden, waardoor poging doodslag niet bewezen is en verdachte daarvan wordt vrijgesproken.
Subsidiair is bewezen verklaard dat verdachte heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door het herhaaldelijk slaan, stompen en schoppen tegen het hoofd van [slachtoffer]. Daarnaast is vastgesteld dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de auto van [slachtoffer] heeft beschadigd door een winkelwagen tegen het voertuig te duwen.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van 3 maanden op, waarbij rekening is gehouden met de ernst van het geweld, de impact op het slachtoffer en het strafblad van verdachte. De gevorderde schadevergoeding van €4.836,93, bestaande uit materiële en immateriële schade, wordt volledig toegewezen met wettelijke rente vanaf de datum van het feit.
De voorlopige hechtenis is geschorst sinds 19 augustus 2024 en wordt opgeheven. Verdachte wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en de kosten van de benadeelde partij. De rechtbank acht geen reden voor een voorwaardelijke straf of strafmatiging gezien de proceshouding en omstandigheden.