ECLI:NL:RBZWB:2026:296

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/02/431713 / HA ZA 25-83 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Scheffers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling onverschuldigde betalingen in vastgoedtransactie

Eiser, een vastgoedonderneming, vorderde terugbetaling van vijf betalingen aan Hemo Beheer, stellende dat deze onverschuldigd waren omdat er geen rechtsgrond voor bestond. Hemo Beheer betwistte dit en stelde dat de betalingen voortvloeiden uit afspraken over winstdeling binnen een samenwerkingsverband tussen de aandeelhouders.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de betalingen onverschuldigd waren. De omschrijvingen bij de betalingen waren concreet en verwezen naar winstdeling van specifieke woningen, hetgeen door Hemo Beheer werd ondersteund met administratieve stukken en correspondentie. Eiser voldeed niet aan haar stelplicht om het ontbreken van een rechtsgrond aannemelijk te maken.

De vorderingen op grond van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad werden daarom afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Een verzoek van Hemo Beheer om toepassing van artikel 21 Rv Pro wegens vermeende onwaarheden werd door de rechtbank afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bewuste leugen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van een rechtsgrond voor de betalingen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/431713 / HA ZA 25-83
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
[eiser] BV,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. S.E.L. van Kerkhof,
tegen
HEMO BEHEER B.V.,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Hemo Beheer,
advocaat: mr. P.C.M. Ouwens.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] heeft betalingen aan Hemo Beheer verricht. In deze zaak gaat het om de vraag of Hemo Beheer gehouden is om het totaalbedrag van de betalingen (vermeerderd met rente en kosten) aan [eiser] terug te betalen. Volgens [eiser] is achteraf gebleken dat er geen rechtsgrond is voor deze betalingen. Hemo Beheer betwist dat. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af. [eiser] voldoet niet aan haar stelplicht. Het oordeel van de rechtbank wordt hierna onder het kopje ‘De beoordeling’ uitgelegd. Eerst worden het verloop van de procedure, de feiten en de vordering geschetst. Onder het laatste kopje is de beslissing van de rechtbank te lezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 augustus 2025 en de daarin genoemde processtukken,
- de akte van Hemo Beheer met productie 21,
- de mondelinge behandeling van 23 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van [eiser] en Hemo Beheer.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[eiser] is een onderneming die zich bezighoudt met de aankoop en verkoop van onroerend goed. [eiser] is in 2009 opgericht door [persoon 1] . [persoon 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser] .
3.2.
Hemo Beheer is een holdingmaatschappij. Enig aandeelhouder en bestuurder van Hemo Beheer is de heer [persoon 2] . [persoon 2] is ook enig aandeelhouder en bestuurder van MO Beheer BV (hierna: MO Beheer). MO Beheer houdt zich ook bezig met vastgoedtransacties.
3.3.
Tussen [persoon 1] en [persoon 2] bestaat op het gebied van de handel in onroerend goed een samenwerkingsverband in [bedrijf] BV (hierna: [bedrijf] ). Beide zijn aandeelhouder: [persoon 2] houdt via MO Beheer BV 51% van de aandelen in [bedrijf] en [persoon 1] via [eiser] 49%.
3.4.
[eiser] heeft in 2020 en 2022 in totaal vijf betalingen verricht aan Hemo Beheer. Het gaat om de volgende betalingen met de volgende omschrijvingen:
Datum:
Betalingskenmerk/mededeling
Bedrag:
10-06-2022
Winstdeling [adres 1]
€ 10.000,00
29-12-2020
Winstdeling [adres 2]
€ 69.500,00
23-06-2020
Winstdeling [adres 3]
€ 125.000,00
08-01-2020
Winstdeling [adres 4]
€ 6.000,00
02-01-2020
Winstdeling [adres 5]
€ 3.600,00
Totaal
€ 214.100,00
3.5.
De advocaat van [eiser] heeft per e-mail van 19 december 2024 Hemo Beheer verzocht € 265.34285 te betalen wegens ten onrechte ontvangen bedragen. Hemo Beheer heeft laten weten dat zij niet gehouden is tot terugbetaling.
3.6.
Na verleend verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 14 januari 2025 heeft [eiser] ten laste van Hemo Beheer conservatoir derdenbeslag gelegd.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat Hemo Beheer onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] , dan wel zij ongerechtvaardigd is verrijkt, dan wel aan haar onverschuldigd is betaald, een bedrag van € 218.656,71,
II. Hemo Beheer veroordeelt tot vergoeding van de schade die [eiser] heeft geleden, veroorzaakt door het onrechtmatig handelen, dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking, dan wel tot terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling,
III. Hemo Beheer veroordeelt tot vergoeding van de schade dan wel tot het terugbetalen van € 218.656,71, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2025,
IV. Hemo Beheer veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Hemo Beheer voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
[eiser] heeft in totaal een bedrag van € 214.100,00 aan Hemo Beheer betaald. In deze zaak gaat het om de vraag of Hemo Beheer gehouden is om dit bedrag vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten (samen € 218.656,71) aan [eiser] te betalen.
5.2.
[eiser] stelt dat Hemo Beheer geen recht heeft op de betalingen die Hemo Beheer van haar heeft ontvangen en vordert daarom terugbetaling. [eiser] voert in dit verband aan dat Hemo Beheer het ten tijde van de betalingen heeft doen voorkomen alsof er een verplichting tot die betalingen bestond. [persoon 2] , de bestuurder van Hemo Beheer, was erg dwingend en [eiser] heeft zich door Hemo Beheer laten overtuigen dat er enig recht zou bestaan op die betalingen. Achteraf, na de betalingen, is gebleken dat Hemo Beheer geen recht had op dit bedrag. Primair beroept [eiser] zich op onverschuldigde betaling. Omdat er geen rechtsgrond is voor de door [eiser] aan Hemo Beheer betaalde bedragen, heeft [eiser] recht op ongedaanmaking van de betalingen. Subsidiair beroept [eiser] zich op ongerechtvaardigde verrijking. Meer subsidiair baseert [eiser] haar vorderingen op onrechtmatige daad. Zij stelt dat Hemo Beheer wist dat zij geen recht had op de betalingen, maar [eiser] telefonisch onder druk heeft gezet en met onjuiste uitlatingen [eiser] heeft aangezet tot het doen van de betalingen.
5.3.
Hemo Beheer betwist dat zij gehouden is tot terugbetaling. Hemo Beheer voert aan dat er wel een grondslag is voor de betalingen, namelijk de afspraken die partijen hierover met elkaar hebben gemaakt. Tussen [eiser] en Hemo Beheer bestaat een jarenlange praktijk, waarin [eiser] door middel van winstdelingen afrekent met aan [persoon 2] gelieerde vennootschappen. Dit gebeurde al sinds 2013. Ter ondersteuning van deze stelling heeft Hemo Beheer een overzicht met winstdelingen uit haar administratie overgelegd. De woningen waar de door [eiser] aan Hemo Beheer betaalde winstdeling betrekking op hebben, komen uit de vastgoedkoker van [persoon 2] . Normaal gesproken zouden de verkopen en opbrengsten van deze woningen door [bedrijf] zijn gelopen. Hemo Beheer heeft whatsappcorrespondentie en schriftelijke stukken over de woningen overgelegd om te wijzen op de betrokkenheid van [bedrijf] bij deze vastgoedtransacties. Hemo Beheer stelt dat [persoon 1] op enig moment aan [persoon 2] heeft gevraagd om sommige aankopen, verkopen en/of verkoopopbrengsten niet door [bedrijf] , maar door [eiser] te laten lopen. Volgens [eiser] was dat voor haar fiscaal voordelig. De behaalde winst zou [eiser] uiteraard delen met [persoon 2] door een betaling ten titel van winstdeling te doen. [persoon 2] heeft hiermee ingestemd en partijen hebben uitvoering gegeven aan deze afspraken, zoals simpelweg volgt uit de door [eiser] aan Hemo Beheer betaalde winstdelingen. Van dwang of druk door [persoon 2] is dus geen sprake.
5.4.
De rechtbank oordeelt als volgt. [eiser] baseert haar vorderingen op de stelling dat [eiser] de vijf betalingen heeft gedaan zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond. Hemo Beheer betwist dit. Zij voert gemotiveerd aan dat partijen afspraken hebben gemaakt over de winstdeling van de woningen. Ter onderbouwing van deze afspraken wijst zij onder andere op de omschrijving die [eiser] zelf bij iedere betaling heeft vermeld. Zoals Hemo Beheer terecht aanvoert zijn de omschrijvingen bij de betalingen concreet en duidelijk. [eiser] heeft zowel de reden voor betaling (winstdeling) als het object (de woning) benoemd. Gelet hierop en vanwege de gemotiveerde betwisting van Hemo Beheer was het aan [eiser] om haar stelling dat achteraf is gebleken dat er geen afspraken aan de betalingen ten grondslag liggen beter uit te werken. [eiser] heeft dit niet gedaan terwijl op haar als eisende partij wel deze stelplicht rust. [eiser] heeft naar aanleiding van de gemotiveerde betwisting van Hemo Beheer geen nadere feiten en omstandigheden gesteld of bewijsstukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de rechtsgrond voor de betalingen ontbreekt. De conclusie is dan ook dat de vorderingen (op alle drie de grondslagen) worden afgewezen.
5.5.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
5.6.
Volgens [eiser] heeft Hemo Beheer de waarheidsplicht en volledigheidsplicht van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geschonden. [eiser] heeft in haar dagvaarding de feiten onvolledig en/of onjuist weergegeven. De vordering is verzonnen en een reactie op de andere procedure die [bedrijf] tegen [eiser] en [persoon 1] heeft aangespannen. Hemo Beheer verzoekt de rechtbank om hiermee rekening te houden in de proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst dit verzoek af. Op grond van artikel 21 Rv Pro zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Het artikel is bedoeld om een bewuste leugen uit te bannen. Een partij mag de feiten niet welbewust verdraaien. Van die situatie is in deze zaak niet (voldoende) gebleken. Het beroep van Hemo Beheer op artikel 21 Rv Pro wordt daarom gepasseerd.
5.7.
De proceskosten van Hemo Beheer worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.467,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 12.467,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.